woensdag 9 augustus 2017

Ik mis Klaas Jansma



Ik woonde nog geen vier maanden in Woudsend of buurman Johannes Kuipers vroeg mij, met acht medegenodigden, mee te gaan naar het Skûtsjesilen in Langweer. Johannes had een vlag in top die toegang gaf tot het centrum van het wedstrijdgebied. Als volstrekte leek, werd ik in één sessie en van zeer nabij ingewijd. Ik snapte direct dat er meer is dan van boei 1 naar boei 2 te varen. Ik vond het prachtig.

Vanaf die dag heb ik bijna elke ‘silerij’ vanaf eigen boot bijgewoond. Het lukt mij op de voorhand niet om in een column de aparte sfeer rond dit traditionele Friese gebeuren te beschrijven. Maar stel je voor: een grote watervlakte met een afgebakend wedstrijdgebied, waaromheen honderden grote en kleine plezierbootjes die de wedstrijd komen volgen. Een geweldige sfeer! Eten en drankjes mee en ieder maakt kenbaar met vlaggen of shirts welk  schip (en daaraan verbonden dorp) favoriet is.

Het gaat om een grote watervlakte.  Als de boten aan jouw kant waren gepasseerd, dan werden de kijkafstanden groter. De wedstrijd zou moeilijk te volgen zijn geweest als niet Omroep Friesland met een direct verslag de spanning op afstand erin hield. Ik vond dat heel speciaal. Minstens de helft van de boten had luid de radio aanstaan. De reporter was Klaas Jansma. Om ieder buiten Friesland duidelijk te maken wat zijn rol was, dan zeg ik: ‘de Friese Theo Koomen’.

Theo en Klaas hadden veel gemeen; behalve de taal. De slechtste wedstrijd werd enthousiast een spannende strijd. Overdreven soms, maar het bracht je als toehoorder bijna in extase. Daarbij opgemerkt, dat de wedstrijd wel degelijk goed werd doorzien.
De stem van Klaas klonk breed over het water en het hoorde bij het, in de boot, kijken naar skûtsjesilen.
Tot de dag dat Kees ermee stopte.

Zijn opvolger, Gjalt de Jong, ziet eruit als een razende ragebol en becommentarieert als een razende ragebol. Hij mist veel momenten en ik merk dat ook het aantal aanstaande radiootjes rond het wedstrijdgebied is gedecimeerd.
Hij doet zijn best, maar hij heeft het niet. 

Moet je oude knarren terug laten komen? Ik vind van wel en je ziet dat het donders goed mogelijk is. Stond daar maandag j.l. niet ons aller Foppe de Haan met tranen in de ogen toen het publiek massaal zong:’Foppe bedankt’? Dit voor zijn rol rond het EK voor dames.
Kijk, dat gun ik Klaas nou ook.

Wat let je, Klaas?

zaterdag 29 juli 2017

De mens




In mijn rol als artiest, moet ik er erg aan wennen: bij mijn voorstellingen zou ik niet meer van start kunnen gaan met een ‘Goedemiddag dames en heren. Wat leuk dat ik vandaag voor u mag optreden’.
Ik heb, voor ik binnenkort mijn instrumenten, luidsprekers en microfoons definitief in de wilgen hang, nog acht optredens voor ouderen op het programma staan.
Wat moet ik nu in hemelsnaam tegen ze zeggen? 

Bij de NS weten ze het wel: ‘goedemiddag reizigers’. Daar kan ik helaas niets mee. ‘Goedemiddag grijzigers’ misschien, maar dan discrimineer ik de kalen onder ons. Op de stations worden bovendien  de niet-reizigers (afhalers en wegbrengers) gediscrimineerd.
Bij de Gemeente Amsterdam is het voorschrift nu: ‘mensen’ of ‘mens’. ‘Goedemiddag beste mensen’. Ben ik me daar een nostalgisch sfeertje aan het neerzetten, en dan brul ik: ‘Hallo beste mensen’.

Stel je voor:  in Amsterdam zeg je niet meer ‘meer mevrouw’, maar ‘mens’.
Niet meer ‘deze mevrouw’, maar ‘dit mens’.
Niet meer ‘mevrouw Jansen’, maar ‘dat mens van Jansen’.
Dit komt toch wel heel dicht in de buurt van de meeste besproken uitspraak van Pim Fortuyn:’mens ga koken’. 
Een voordeel is in dezen wel, dat je over ’de mens’ en ‘ het mens’ kan praten. 
Voor de mierenneukers: dit dekt in feite alles. 

Het niet meer spreken van ‘dames en heren’ is een serieus onderwerp. Ik begrijp dat wel. Ik denk dat we de genders onder ons, met veel belangrijker zaken van dienst kunnen zijn.
Mijn  acht resterende optredens houd ik nog voor ‘dames en heren’. Een dame spreek ik aan met ‘mevrouw’  en een heer met ‘meneer’. Dat leer je me niet zomaar af.

Maar als je dat op prijs stelt, dan mag je tegen mij wel ‘mens’ zeggen; ‘de mens’, graag.

zaterdag 10 juni 2017

Gratis koffie



Gratis koffie


Op korte afstand van de jachthaven van Ommen, opent supermarkt Jumbo haar deuren voor vaargasten die hun proviand willen aanvullen. Parlevinkers zijn hier overbodig.

Wij gingen winkelen. Een stevige wandeling rond Ommen ging aan het bezoek van Jumbo vooraf. De zin om naast echtgenote en winkelwagen 'Jumbo' door te sjokken was daardoor nul. Ik keek uit naar een bankje, zoals die in sommige supermarkten wordt neergezet voor lotgenoten.
Het was bij Jumbo nog mooier: een witte tafel met meerdere hoge stoelen en het dagblad dat ik eigenlijk liever niet lees. 
Ik zette mij tevreden neer en begon, bij gebrek aan beter, met het lezen van sensatie.

Ik was niet lang alleen. Als bijen op de honing, kwam een aantal bejaarden op de tafel af. 'Wilt u ook koffie? Het is gratis!' Alle stoelen werden bezet en gratis koffie stond dampend op tafel.
Ik zag lege boodschappenmandjes op de grond.
Mijn tafelgenoten startten, in onze landstaal met accent, een geanimeerd gesprek. Hoewel met  moeite, herkende ik dorpspraatjes en enige roddel. 'Wij ontmoeten elkaar hier voor sociaal contact' vertelde mijn tafeldame. 'Met gratis koffie'.

Ik besefte dat ik plaats had genomen op een plek waar ik door mijn sociale kring (nog) niet gezien wil worden.
Op dat moment maakte ik de blunder van het jaar. 'Dus dit is een hangplek'.
Een vinnig 'nee' deed mij mijn fout beseffen. Ik werd acuut genegeerd.

Een nieuwe toehoorder met gratis koffie ging naast mijn stoel staan. Ik greep de kans, bood mijn zetel aan en maakte mij uit de voeten; als een dief in de nacht. Ik sloot aan bij de voort sjokkende winkelwagen.
'Wat deed jij op die hangplek?'
'O, de koffie was gratis'.






woensdag 19 april 2017

Eind goed, al goed

Eind goed, al goed! Vorige week vrijdag, tijdens mijn verblijf in Finland, kreeg ik een scan van de publicatie van de gemeente in de dorpskrant toegestuurd. Niet alleen dat, maar ook drie mails, een whatsappje en een telefoontje vertrokken naar het hoge Noorden.
Ik was totaal verrast door zo snelle positieve reacties. Ook na thuiskomst bij mijn wandeling door het dorp reageren dorpsgenoten in de zin van ‘gerechtigheid’. Dat doet mij heel veel. Ik wil niet zeggen dat ik er mee opstond en naar bed ging, maar de afgelopen tweeëneenhalf jaar zijn toch wel wat gekleurd door de teleurstelling en ergernis over de afschuwelijke manier waarop enkele dorpsgenoten zich kwalijk afzetten tegen het voormalig bestuur. Velen stellen mij en mijn collega’s, na de felicitatie,  de vraag: ‘waarom moesten toen jullie weg?.’  ‘Ik denk dat je dat al wel begrijpt’ is mijn antwoord en er wordt geknikt.
Een van mijn allereerste ‘ bazen’  zei als het over zelfreflectie ging: ‘kleine mensen hebben een trapje nodig om in de spiegel te kijken’.

Collectief en individueel (Jelle IJntema) zijn wij aan de praat geraakt met de Burgemeester en later wethouder Offinga. Die gesprekken werden gekenmerkt door luisterende oren, respect en openheid.
Het gevoel van wederzijds begrip ontstond en dat duidelijk ‘hoe de hazen hebben gelopen’.
Het hoogste orgaan van de gemeente (BenW) laat er nu geen misverstand over bestaan hoe ze terugkijkt op de periode van samenwerking met het voormalig bestuur. Dit is in de dorpskrant naar al onze dorpsgenoten verduidelijkt. Alle waardering daarvoor. Als er al een ‘strijdbijl’ lag, dan is deze waardig begraven.

Eind goed, al goed; met de nadruk op ‘eind’. Daar waren we aan toe. Bedankt allemaal voor de reacties!


vrijdag 24 februari 2017

Een nephommeltje





Ik lees vanmorgen tot mijn verbazing in het ochtendblad dat er een uitgebreid onderzoek heeft plaatsgevonden naar de cognitieve vermogens van hommels. De conclusie is dat hommels veel slimmer zijn dan wij altijd hebben gedacht.

Het langdurig en kostbaar onderzoek vond plaats in de Queen Mary Universiteit van Londen. Het resultaat werd door Olli Loukala vastgelegd in een studie die verscheen in het blad Science. Ook in Leiden is bij het Naturalis Biodiversity Center hiervoor grote belangstelling.

Mijn blijdschap kent geen grens! Ik had dit altijd al graag willen weten. Het vereiste een investering van een paar miljoen, maar wie daar op let is een mierenneuker.
Over dat laatste gesproken: het woord ‘ mierenneuken’ spruit voort uit een onderzoek waarbij wetenschappers de seksuele gedragingen van mieren onder de loep namen. Hartelijk dank.

In Londen werden vele generaties hommels gedresseerd om meer te doen dan alleen voedsel en honing zoeken. Met een plastic nephommeltje werd een balletje verplaatst en na eindeloos ‘voordoen’, begonnen de intelligentste  hommels dit spelletje te kopiëren. Een soort klootschieten voor hommels, dus.

Het belangrijkste resultaat van dit onderzoek is, naar mijn mening, de invloed op ons taalgebruik.
Een ‘kloothommel’ is vanaf nu buitengewoon intelligent.


 


Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...