vrijdag 7 augustus 2015

Een kruiwagen voor tante


Bezoek van familie, of het nu broer is of zus, of het kinderen zijn of neven en nichten; onvermijdelijk komen gesprekken uit op verhalen van ‘toen’.
Dit voorjaar kwamen mijn broer en zus, met schoonzus en zwager, op bezoek. De conversatie verliep geanimeerd, van skûtsjesilen tot vakantie in Finland, en van het pas geboren kleinkind tot verhalen van onze moeder in haar laatste jaren van haar leven.
Ineens strandde het gesprek bij het onderwerp ‘moppen’. Neef Wim uit Australië stuurt mijn broer moppen door; meestal saai en erg gericht op een ‘zegeningen voor ouden van dagen’. Recent was daar echter een uiterst racistische mop bij en daarop volgde een bericht van mijn broer naar ‘down under’: dit wordt niet op prijs gesteld.
Toch was er één doorgestuurd mopje bij dat op enig gelach kon rekenen.
Ik heb hem destijds ook gelezen, maar helaas, ik was de inhoud al vergeten. Vandaag kwam de mop vanuit mijn geheugen weer helder  in gedachten terug.

Er was eens een boer met een oud varken. Na jaren van biggenproductie, leek er sprake te zijn van enige frigiditeit van de zeug. O grutjes, wat nu?
Buurman wist raad: ik heb een beer, die springt overal met groot succes bovenop.
De boer keek naar het varken, haalde de kruiwagen en reed de ex-zeug naar de beer van buurman. Het wonder geschiedde.
‘Maar hoe weet ik nu dat dit een vruchtbare samenkomst is geweest?’, zei boer.
‘Als ze morgen in het gras rolt, dan is de samenkomst vruchtbaar verlopen. Rolt ze in de modder, dan is het niet gelukt’ was het antwoord.

De volgende morgen keek de boer uit het raam en helaas, de zeug rolde door de modder.
‘Buurman wat moet ik nu?’
‘Kom maar weer langs. Ik zal geen dekgeld vragen’, sprak de buurman. En zo geschiedde het.

De volgende morgen keek de boer uit het raam, en helaas de zeug rolde weer door de modder.
‘Buurman wat moet ik nu?’
‘Kom maar weer langs. Ik zal geen dekgeld vragen’, sprak de buur.

De daarop volgende morgen keek de boer weer uit het raam. Hij rende naar de telefoon en belde buurman.
‘Ligt zij weer in de modder?’ vroeg buurman direct.
‘Nee’
‘In het gras?’
‘Nee.’
‘Maar wat dan?’
‘Ze zit in de kruiwagen’

Omdat dit leuke mopje van neef Wim uit Australië kwam, werden weer verhalen verteld van vroeger; in dit geval uit de tijd voordat oom Koos en Tante Klaar (met zes kinderen, waaronder Wim) naar Australië emigreerden.
Mijn broer bracht de herinnering in, dat de zes kinderen van Koos en Klaar elke zondag op dezelfde tijd bij ons aankwamen om te ‘spelen’. En dat was niet altijd (zegmaar: nooit) een moment dat ons gezin zou hebben uitgekozen. ' Jessus, daar komen ze weer!' 

Ooit heeft mijn vader mij in vertrouwen de reden van deze wekelijkse visite ingefluisterd. Ik zocht naar woorden om deze toedracht op kiese wijze aan mijn broer over te brengen.
‘Uh, Uh, tante Klaar……”
Mijn eega kwam mij snel te hulp. ‘Tante Klaar zat zondagmiddag altijd in de kruiwagen’.

En oom Koos klaagde bij pa dat hij zich elke zondag ' urenlang moest duwen' .



dinsdag 4 augustus 2015

Kop- en kontvodden


In mijn jeugd (daar gaat ‘ie weer) had je enorm respect voor de man die in het gunstigste geval ‘oom agent’ en meestal ‘ tuut’ werd genoemd.
Al speelden wij alleen maar op het plantsoen van de Eemnesserweg in Hilversum, het in de verte op een opafiets naderen van agent Klunder was al voldoende om ons snel in de belendende struiken te verstoppen. En bang dat wij waren!!!
Dat gezag is af gekalefaterd; bij mij en beetje, en veel meer in de maatschappij.

Een jaar of tien geleden bezocht ik zakelijk de stad Chicago. Bij de ingang van het Palmer House Hilton Hotel (en overigens ook op vele plaatsen elders) stond een politieman statig en onberispelijk gekleed naast de ingang.
Verdomd, in dit geval kon je zeker zeggen: ‘ kleren maken de man’. Het gezag straalde er alleen al door die kleding voor 200% vanaf. Toen al, dacht ik aan het meer sjofel voorkomen van onze eigen agenten. Een beetje casual om de afstand tot het publiek te verkleinen. Ja, ja!

Vanavond zag ik, tijdens een persconferentie over de ramp met brugdek en kranen in Alphen aan den Rijn, dat de politiewoordvoerder verscheen in het nieuwe politie-uniform dat mij nu al enige maanden jeuk bezorgt.
Jeuk, omdat in een bui van goede bedoelingen al onze politiefunctionarissen, van hoog tot laag, gestoken zijn in een uniform dat meer doet denken aan de outfit van een dorps-sportvereniging dan aan het uniform van iemand van wie enig overwicht mag worden verwacht. Als de ME-komt aanstormen denk je tegenwoordig: ‘kijk, hardlopers!’
De keuzeheer van deze kledij mag wat mij betreft veroordeeld worden tot duizend halve marathons. Het liefst of een onbewoond eiland, hier ver van weg. En in de hoge politiefunctionaris van hedenmiddag herkende ik namelijk de Griek Varoufakis in zijn toekomstig gevangeniskostuum. Ik vind het een zielige aanblik. 

Binnen dit kader  vraag ik ook even aandacht voor de outfit van shantykoor Bravoer uit Woerden. Zij gingen na het bekend worden van de koop en het nuttigen van vele oorlammen, gierend van het lachen naar huis.


Ik heb groot respect voor onze politiefunctionarissen, vind dat zij ontzag verdienen en dit goed kunnen gebruiken. Er is weer veel overheidsgeld gestoken in wat Wilders zou kunnen noemen ‘kop- en kontvodden’

zaterdag 1 augustus 2015

Zufriede Kunden

Op de ontbijttafel in Wiesbaden stond vandaag een verpakking smeerworst. ‘Nur geflügel’ impliceerde, bij navraag: kippenleverworst. Het was niet het enige op de deksel van het kuipje, dat mijn aandacht trok. Pontificaal afgedrukt was een foto van twee mannen, voor een boerderij, met een grijns als van een tevreden bordeelhouder. ‘Zufrieden mitarbeiter machen gute Wurst!’werd daaraan toegevoegd.
Is dit het geheim van de Duitse worst met een onverwoestbaar goede reputatie?

Het was fantastisch  weer vandaag en met kleinzoon belandden wij in een prachtige biergarten met speelgelegenheid. Dat heeft bij ons Nederlanders een wat stompzinnig imago van ‘vette worst en veel bier’, maar ik wens ieder in ons land de nabijheid van een biergarten toe, want het zijn sfeervolle tuinterrassen waar je met mooi weer gezellige uurtjes, al etend en drinkend, kunt doorbrengen. De kaart vermelde twee soorten worst, maar vanmorgen wijs geworden, was de uitstraling van het personeel belangrijker dan die kaart. Ik kreeg de stellige indruk dat ik hier geen worst moest eten, maar schnitzel. De serveerster was lang, breed en plat en deed wat korzelig. De schnitzel was inderdaad perfect.

De avondkeus was moeilijker. Ik bestudeerde de rondborstige serveerster.  Ik twijfelde tussen een zuivelproduct en een siliconenschotel.  Ze was ook wat dom, dus het werd rundvlees.
Ik ben nu al blij, voor wat promotie van worst etc. betreft, maandag weer in Nederland te zijn. Daar wordt op verpakkingen tot dusver alleen wat reclame gemaakt voor een product van ‘tevreden koeien’. Al een stap vooruit, vind ik.  Maar  je wordt belazerd waar je bij staat. Die tevreden koeien staan het hele jaar somber  in de stal.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Niet het tevreden personeelslid op de verpakking, niet de gelukkige koe die in de stal machinaal wordt leeggezogen, maar de gelukkige klant is waar het om moet gaan.
Mijn afbeelding ligt er al voor klaar ( boterzacht prijsje). Een gezonde, grijnzende Hollander, met een enigszins worsterig uiterlijk!.Als het ware  gemaakt voor de slogan :  Zufriede Kunden essen gute wurst’.

Of je  nog worst lust?








woensdag 29 juli 2015

Vanaf vandaag heeft het leven weer inhoud


Mijn vader had een onredelijke hekel aan voetbal. Hij kon er met een stem vol walging op reageren. Als tijdens een zondagse wandeling door de bossen rond Hilversum het geloei vanuit het plaatselijke stadion opklonk, zag je hem wit wegtrekken. 'Dit is een massale godver', stelde hij.
Ooit hoorde hij op de radio een reporter een geïnterviewde vragen: 'Doet u ook aan sport?' Het antwoord luidde: ' Jazeker, ik ga elke week naar het voetballen kijken'. Hij heeft de beide heren in zijn leven wel duizend keer geciteerd.

Die eer kwam overigens ook toe aan de presentator van het zondags Tv-programma ' Sport in beeld', Jan Cottaar'. Jan Cottaar was een vijftiger (zo schat ik nu in), zat keurig gekleed met grote vrijgezellenstrik voor de buis en het goede leven was de mollige man aan de zien.
De eerste dag van de voetbalcompetitie was een feit, Jan verscheen gelukzalig in beeld en verzuchtte: 'Vanaf vandaag heeft het leven weer inhoud'. Volgens mijn vader heeft hij, voorafgaand aan deze zin, twee keer 'knor' gezegd. Dus ' Knor, knor. Vanaf vandaag heeft het leven weer inhoud'. Het effect op de geestelijke gesteldheid van pa was maximaal.

Minimaal één keer per jaar komt deze anekdote aan mij voorbij en toevallig is dat vandaag, 29 juli 2015. In Wenen speelt Ajax in de voorronde van de Champions league tegen Austria Wien. Om eerlijk te zijn: Ik wil wel weer eens een wedstrijdje zien!
Vanaf zijn wolk roept pa cynisch: ' Vanaf nu heeft het leven weer inhoud!'.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...