maandag 25 januari 2021

Een grote golfbal


Ik moet jullie bekennen dat het brok dat ik in de keel kreeg tijdens de inauguratie van president Biden, vooral kwam omdat ik besefte daarmee verlost te zijn van de afschuwelijke vier jaar met ‘King Ronald de verschrikkelijke’.

Later zagen wij op TV hoe hij, na een laatste potje opscheppen, eenzaam verdween in de Airforce 1 naar Florida. Aldaar aangekomen, wendde hij zich onderaan de vliegtuigtrap, zwaaiend naar de kleine groep fotografen. Melania liep door en liet hem ijskoud staan. Dat is wennen voor Donald Trump. Maar hij kan toch nog gaan golfen!?

Ik heb langdradige boeken gelezen over Trump, met opgestoken nekharen en afschuw. Maar er is nu een boek met de titel ‘Commander in Cheat’ van Rik Reilly over de golfprestaties van Trump; van ver voor zijn presidentschap tot het eind van die periode. Daar lees je met het nodige plezier over zijn ongeëvenaarde wangedrag tijdens zijn liefhebberij; over golfleugens; de achttien niet ‘gewonnen toernooien’, de 'goede resultaten'  van zijn (bijna failliete) golfresorts en zijn miserabel golfspelen. 

Bij deze sport, waar sportiviteit en wellevendheid hoog in het vaandel staan, noteert Trump zijn slagen op geheel eigen wijze en negeert met een stalen gezicht in het water geslagen ballen door op de kant, zonder meetellen, een nieuwe bal uit zijn broekzak te halen. Trump schopt ongegeneerd slecht geslagen ballen naar een betere positie op het gras. Zijn caddies noemen hem om die reden onderling ‘Pele’. Hij is niet te genieten; ook niet in deze vredige vrije-tijdssport.
Maar wie wilden dan nog spelen met die golfdwaas; toen en nu? 
Tot dusver gold het spreekwoord ‘omwille van de smeer likt de kat de golfbal weer’. Ieder zweeg uit eigen belang.

Trump is nu ineens alleen tijdens zijn achttien holes. 

Mensen met capsones en wangedrag noem ik ‘balletjes’ en binnen dit kader is Donald Trump een 'bal'; een hele grote golfbal.
En wat moet je doen met golfballen; ook de hele grote?
Die moet je putten. Het liefst met een asshole-in-one.

zondag 24 januari 2021

Een driewieler





De spookverhalen horend over het verlengen van het rijbewijs na je vijfenzeventigste jaar, was ik er vroeg bij. Ik kon al na twee dagen naar een keuringsarts en was blij verrast dat ik drie dagen later al een Rijgeschiktheidsbesluit van het CBR kreeg. Helemaal verrast was ik door het nieuwe feit dat ik ook geschikt werd geacht voor het rijden op ‘bepaalde driewielers’.


Het is eigenllijk nog niet eens zo gek, want al vanaf mijn derde jaar was ik uiterst bekwaam in het rijden op zo’n ding en niet zelden namen aantrekkelijke dames plaats op de duo-seat.

Met die mooie herinnering in gedachte, kwam natuurlijk dolenthousiast het idee op om ‘op herhaling’ te gaan.


Ik ging op marktverkenning en een hele wereld ging voor mij open: revival of my fifties!

Ik zag zwaar gemotoriseerde driewielfietsen. Apart, maar niet hip genoeg. Datzelfde geldt voor de opgevoerde nepautootjes; die rode koekblikken die op het fietspas mogen rijden. Ik zie me al zitten.

Een een zware scooter op drie wielen is al een stapje vooruit. Ik werd enthousiast voor een tuktuk, maar die kan mijn gewicht niet dragen. Men probeerde mij zelfs een driewielcamper aan te smeren.

Ik begon warm te lopen voor een Messerschmidt met cockpit of een Reliant, waarvan mijn kinderen altijd riepen ‘één wiel tekort.!’.  Maar ook dat was het nog niet helemaal.


Even had ik het idee dat het CBR mij met een ‘fopspeen’ blij had gemaakt. Met al die trutvoertuigen kan je je toch niet vertonen als vlotte senior! 


Met vreugde kan ik jullie meedelen dat ik Inmiddels ik toch geslaagd: en  hoe! 



Leren pak gekocht met spikes en een adelaar op de rug; en bijbehorende laarzen. En een vervaarlijke soort legerhelm is de kroon op het werk. Ik ben namelijk gevallen voor een trike, een motormonster met twee zetels waarmee ik als een gek over de ‘Hellingbrug’ en door mijn woonplaats ga scheuren. Met gezelschap achterop en  blij en trots.! Met een brullende uitlaat.

Ik jaag jullie de doodschrik in je lijf.


Met dank aan en goedkeuring van het CBR.


woensdag 16 december 2020

Klotenklapper



Ik was op reis naar Finland en werd verrast met ongevraagde kledingadviezen. Op de autobahn ter hoogte van Bremen werd mij, via de Duitse radio, geadviseerd om mijn dikke winterjas tijdens het rijden uit te te trekken. Het zou mij bij een ongeval noodlottig kunnen worden.

 

Wat is het geval? Door de ruimte tussen mijn dikke winterjas en de gewone kleding, kan de autogordel zich bij een ongeval gaan verplaatsen en mij snijden van de buik tot in de zaken die ik nog graag even bij mij zou willen houden.

Ik heb direct mijn dikke Gaastra overjas op een parkeerplaats uitgetrokken.

 

Finland is een land waar veel goede langlaufers en skispringers vandaan komen. Op TV, met de bemande skischans op de achtergrond, stond de nationale trainer van de skispringers mij op het hart te drukken dat, als ik zou gaan skispringen, ik strak ondergoed zou moeten dragen.

Het werd met beelden geïllustreerd.

Skispringers hebben  heel ruim zittende skipakken. Die zijn zo ruim om in de vlucht, door breedte, wat extra zweefvlak te creëren . Om de jury te belazeren wordt ook met sponsjes etc. gewerkt.

 

Ga er dit jaar op nieuwjaarsdag er maar eens extra goed voor zitten. De mannen zweven erop los. Maar als je je blik even richt op het ontmoetingspunt van beide brede broekspijpen, dan zie je ineens dat de zware stof in de ruimte ertussen, woest in de wind klappert. Skispringers die geen strakke onderbroek willen dragen, worden met dat geflapper genitaal gegeseld. De ons belerende trainer vertelde dat sommige sterren bijna huilend van de piste komen. Hij noemde het klotenklappers.

 

Ik weet het niet meer. Als ik mij strak kleed in de auto, is het niet goed en als ik op de schans geen strakke strakke onderbroek aan trek, dan staat zo’n klein Fins mannetje me voor ’klotenklapper’ uit te kafferen.

 

Weet je wat ik ga doen? 

Ik ga gewoon de Elfstedentocht rijden met een pak kranten in mijn strakke Undermeister!

 

vrijdag 8 mei 2020

Mevrouw Veerman



Ik heb vannacht gedroomd van Mevrouw Veerman. Zij liet mij daarin, en niet voor het eerst, zien hoe een mens zorgvuldig zijn handen moet wassen.
Who the hell is Mevrouw Veerman?

Mevrouw Marlies Veerman was een buitengewoon aardige, lieve, beleefde, charmante, elegante Zwitserse dame die als Ziekenhuishygiëniste en lid van de Medische staf in het Medisch Centrum Alkmaar, de strijd aanbond tegen alles wat als bacterie, virus of ander ‘eng ding’ de patiënten onheil (of erger) kon bezorgen. Mevrouw Veerman was in Nederland een autoriteit op haar vakgebied. 

Mevrouw Veerman probeerde ook alle niet-medici te overtuigen, en het eerste belang daarbij was: handen wassen, handen wassen en nog eens handen wassen.
Zo’n aardige mevrouw kon je dat niet weigeren. Wij beloofden het, maar de uitvoering liet te wensen over. Er werd wat lacherig over gedaan. 

In 1995 nam ik als niet-medische spreker deel aan een congres voor medisch specialisten in Lenzerheide; ’s morgens lezingen en ’s middags skiën. Dat laatste was, omringd door dokters, heel veilig. Er waren vogels van velerlei pluimage: geleerden, bescheiden mensen, eigenwijzen, lawaaierigen, muzikalen, moppentappers, vieze-liedjeszangers en beschaafden.
Van die laatste categorie was Mevrouw Veerman, als boegbeeld in haar voormalig vaderland, aanwezig.

In de loop van de  week werd een skitocht georganiseerd door het schitterend bergebied. Er waren controleposten waar opdrachten werden gegeven en je punten kon verdienen.
Ik stond er redelijk goed voor en gleed als kandidaat-winnaar naar de laatste post, waar drie belangrijke punten moesten worden verdiend.
De post werd verrassend bemand door Mevrouw Veerman. Streng stelde zij drie strikvragen over handen wassen. Het lachen is daar menigeen vergaan. Hans Schoevers: zero points.
De zege gleed mij als zeep door de handen.

En nu, als lid van de categorie kwetsbare ouderen, sta ik meerdere keren per dag de handen te wassen om aan het lot van het Coronavirus te ontkomen. Eigenbelang en ik doe het strikt volgens de methode die Mevrouw Veerman mij ooit leerde. 
Menig hygiënist zou zeggen: lekker puh!.
Mevrouw Veerman verscheen echter in mijn droombeeld, vriendelijk glimlachend: ‘goed zo meneer Schoevers’, met een Zwitsers accent.
Ik wilde haar een kushandje toewerpen, maar ze was al weg. Zeker handen wassen; voor de viermiljoen zevenhonderdachtduizend negenhonderdenelfde keer. 

Ik werd wakker, kwam uit bed en liep volgzaam naar het stuk zeep op de wastafel.

dinsdag 18 februari 2020

Gammie

Tussen de regels van doodgewone journalistieke producties, gaat vaak iets interessants schuil. In de Volkskrant van vandaag lees ik een verhaal over clandestiene handel in papegaaien.Tussen de regels  wordt gerefereerd aan een bericht in ‘de Telegraaf’. Daarin wordt vastgesteld dat leveringen aan het Koningshuis hebben plaatsgevonden. Dit is een belangrijk gegeven, want de bronnen van de Telegraaf zijn, voor wat berichten over ons koningshuis betreft, betrouwbaar.

Wij weten het nu zeker: Prinses Beatrix en Koningin Maxima hebben allebei een pagegaai en je mag van mij aannemen dat ze daar regelmatig een praatje mee maken; hun hart luchten. Papegaaien gaan een mensenleeftijd mee, dus wij kunnen ook aannemen dat zij het beste geïnformeerd zijn over het wel en wee van de families. Wat zou het leuk zijn deze papegaaien uit te nodigen in een van de laatste uitzendingen van ‘de Wereld Draait Door’.

Je kan met zekerheid stellen dat de papegaai van Beatrix uiterst netjes, zeg maar ‘bekakt’, praat. We weten niet of hij vloekt, maar betrouwbare bronnen zeggen dat hij bij het horen van vloeistof deftig ‘proost jongens’ zegt. Lichaamsgeluiden zijn daarbij niet uit te sluiten.


Eveneens betrouwbare bronnen vertellen vertrouwelijk dat de papegaai in Huis ten Bosch de hele dag door luid ‘je bent een beetje dom’ roept. Onze koning zette aanvankelijk de kooi boos in het toilet, maar dat werd een auditieve ramp. Nu gooit Willem, bij zijn aanwezigheid in de huiskamer, een hermelijnen doek over de kooi. 'Kop houden!'. Onze minister president is daar kind aan huis. Bij zijn binnenkomst ligt, als preventieve maatregel, de doek ook altijd over de kooi. Het beest schijnt bij  aanwezigheid van de premier ononderbroken ‘eikel, eikel, eikel’ te roepen.


Een kennis van mij had ooit een papegaai met de naam Gammie (waar gebeurd verhaal), die de vrouw des huizes voor ‘eikel’ uitmaakte en bij een softporno-film de kooi afbrak van enthousiasme. Een doek hielp niet; hij keek er altijd onderdoor. Gammie werd al snel via een handelaar verkocht aan ‘iemand uit  Den Haag’. De kennis prees hem aan: ‘het is een keurige papegaai, maar Gammie is alleen een beetje dom’.


Ik weet nu eindelijk waar Gammie is gebleven. Hij verkeert in de hoogste kringen.

maandag 9 december 2019

Geef mijn vuurwerk maar aan Fikkie




Toen ik dit jaar deelnam aan de opiniepeiling van Een Vandaag, over een eventuel vuurwerkverbod, heb ik ingevuld dat ik zo’n verbod wel zie zitten.
Dat gebeurde niet zonder aarzeling.

Ik ben niet vergeten hoe ik als jongetje van een jaar of acht, dolgelukkig en misschien wel stiekem, mijn eerste ‘kanonslagen’ heb gekocht en afgestoken.
Dat eerste vuurwerk  legde ik netjes op de stoeprand, stak het lontje aan en rende weg voor de knal. Daarna wilde ik de ‘grote jongens’ nadoen door het rotje in de hand aan te steken en daarna weg te gooien. Ik gooide in de zenuwen het luciferdoosje weg en de kanonslag knalde in mijn hand. Die heb ik gelukkig open gehouden.  Ik heb dus nog een hand en geen stompje.

Het was leuk ’s avonds vanaf 12 uur in de straat. Jong en oud wenste elkaar gelukkig nieuwjaar. Het knalde en uit colaflesjes vlogen vuurpijltjes met hun dunne steeltje de lucht in. Alleen de ‘gillende keukenmeiden’ vormden een gevaar. Het was gezellig op straat en je verlangde naar oudejaarsavond.

Nu woedt er een strijd van ‘ groter’ en ‘gevaarlijker’. De brandstapels op het strand bij Den Haag en Scheveningen waren al meer dan dertig meter hoog, met een vonkenregen die de stad bedreigde. Een verbod voor dit jaar leidt tot een ware muiterij.

De folder van Welkoop valt zojuist in de bus ; ‘de grootste compound van Nederland’ en ‘keihard de bruutste effecten’, net oorlog.
Een kleine bloemlezing uit het assortiment:
De knockout virtuoos.
De stormram.
De sodeknetter.
Het schietgebedje.
De monster jam.
En als je nu het summum wilt, dan neem je de ‘Knockout gigant’ van 4 kilo voor € 199,50. Met twee personen afhalen. Je kan meerdere aan elkaar koppelen.
Waanzin, complete waanzin.

Die totale gekte is hier in het dorp gelukkig nog niet doorgedrongen. Het traditionele carbid schieten doet nog denken aan vroeger.


Mijn aarzeling bij de keuze in de opiniepeiling is helemaal weg. De ‘sodeknetter’ en soortgenoten? Geef mijn portie maar aan Fikkie. En dan bedoel ik niet jouw bibberende bange hondje.

vrijdag 29 november 2019

Trump, een hond, een pussy; again.



De deuren van het Witte Huis gingen open, een ‘muur’ van fotografen en journalisten stond voor het bordes en ik was benieuwd welk staatshoofd daar samen met Donald Trump, MikePence en Melani  het handschudtoneel zou betreden. Misschien was het zijn always smiling friend Mark Rutte wel.

Verbazing alom. Er kwam geen staatshoofd, maar hartstikke lieve hond die keurig naast het linkerbeen van Trump ging zitten.
Hier zat de hond, Conan is de naam, die tijdens een geslaagde moordactie tegen Abu Bakr Al Bagdadi het slachtoffer had opgesnuffeld en daarna ongehoord in de kuiten had gebeten. Net als Rutte is de hond geboren in Nederland en dat maakte het ontbreken van de onze Minister President ruimschoots goed.

Conan werd de journalisten aangeprezen als de beste hond en grootste held van de wereld; een heel grote held. Oom Donald aaide het brave beest liefderijk over de kop en dat was voor Conan het signaal om zijn lange rode tong in de richting president uit te steken. Dat is nog eens heldhaftig! Dat zal je vriendje Rutte niet zien doen

Conan kreeg een hoge Amerikaanse onderscheiding met bijbehoren.Waar gaat hij prikken? Ik rekte mij uit om het te zien, maar nee hoor, Trump nam de eretekens mee naar huis; ‘voor op de schoorsteen’. Conan kreeg niet eens een plakje bloedworst.


Mijn vaste whistleblower heeft mij nog verteld over het vervolg. Tijdens het diner wierp oom Donald met regelmaat een Big Mac onder tafel. Conan deed zijn behoefte tegen een marmeren beeld en toen de poes van buurvrouw op het grasveld verscheen en oom Donald luid  ‘grab that pussy’ riep, lied Conan zien hoe hij Abu Bakr te grazen had genomen.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...