dinsdag 25 oktober 2016

Lachgas





Als kind van een jaar of vijf werd ik bij het Diaconessenziekenhuis in Hilversum afgegeven om mijn amandelen te laten knippen. Die terminologie doet denken aan het fatsoeneren van een tuinhaag en in mijn beleving van toen, was dat iets dergelijks. Ik weet nog precies wat er gebeurde. 

Ik werd huilend meegesleurd naar een donkere kamer, waar een vent in een witte jas met een spiegel op zijn kop klaar stond voor mijn snoeibeurt. Ik was kennelijk te klein voor de behandelstoel en werd op de schoot gezet van een ‘oude heks met een kapje op’. Die moest mij stevig vasthouden als ik wakker zou worden. Het werd allemaal gezegd waar ik bij was. Ik kreeg een stuk gummi op de mond en kreeg slaap. De witte jas vroeg mij ‘slaap je al? en ik schudde wanhopig mijn hoofd. Paniek maakte zich van mij meester. ‘Houd hem goed vast zuster’. Uiteindelijk zal ik wel in slaap zijn gevallen. Ik werd wakker met hevige pijn in de strot. ‘De heks zei ‘hallo Hans, zie wel, het viel mee’. Het was mijn kennismaking met lachgas en ik zag er de humor niet van in.

In de krant las ik vandaag een artikel over het gebruik van het door mij verfoeide gas als partydrug. Het moet toch niet gekker worden. Vroeger kon je nog op eigen kracht lachen en van een goed feest genieten, nu eet je een pilletje of je laat je bedwelmen door lachgas. Als ‘oude knakker’ kan ik dat niet begrijpen. Wat een geestelijke armoede! Blokker en Bol.com kunnen de met lachgas gevulde slagroomspuitpatronen niet aanslepen. Het lachgas wordt naar een kinderballon overgeheveld en van daaruit ingeademd. ‘Een ballonnetje nemen’ heet dat. Als je van een feest wilt genieten, dan neem je minstens vijf ballonnetjes.

Ik lees over de gewenste effecten: je high voelen, opgewekt en vrolijk worden, je warm voelen, dingen zien die er niet zijn en lacherig worden. Na een festiviteit worden talloze lachtorpedo’s opgeveegd.

Maar wat men ook zegt, er zijn wel degelijk grote risico’s, zoals hersenschade door te weinig zuurstof, neurologische stoornissen, verstoorde aanmaak van zaadcellen en erger. Als ik dit allemaal zo lees, dan lach ik mij liever gewoon dood. Nederland let op uw zaad! De belangrijkste vraag is: ‘Hoe komen we van deze nieuwe rage af?’

Ik weet het: ‘In alle gevallen amandelen knippen’.

zaterdag 8 oktober 2016

De echte Sinterklaas komt niet meer

Vorig jaar, exact op zijn verjaardag, had ik op een rustig moment een kort gesprekje met Sinterklaas. Ik vroeg hem hoe hij het toch klaarspeelde om elk jaar weer just-in-time miljoenen pakjes voor de juiste personen op de juiste plaats af te leveren.
De Sint keek mij glimlachend aan. Hij kent mijn belangstelling voor, en kennis van, goederenlogistiek. ‘Kom het maar eens bekijken’ luidde de uitnodiging.

Ik was het alweer vergeten toen in september een aangetekende brief werd bezorgd met een vliegticket en een voucher voor autohuur in Madrid. Ik was verbouwereerd, dacht aan een grap, maar het was menens. Met enige moeite maakte ik de agenda vrij en met een gevoel van opwinding stapte ik in het vliegtuig naar de Spaanse hoofdstad. De auto stond klaar en ik reed naar het opgegeven adres in de prachtige omgeving van Madrid.

Even dacht ik aan een misverstand. Ik stond voor het hek van een groot terrein waarop een schitterend paleis, dat werd omringd door reusachtige bedrijfshallen. Net voordat ik de auto wilde keren, viel mijn oog op een bescheiden toegangsbord met de tekst ‘Nikolaas logistic center’.
Naar lucht happend, werd ik begeleid naar het paleis om plaats te nemen aan en lange tafel in een grote zaal. ‘Nico komt zo’.

Een statige heer op leeftijd, in een gedistingeerd grijs gestreept pak, gedeeltelijk door witte baard bedekt, riep joviaal ‘Hoi Hans’ en plofte naast mij in een stoel.
Het zou mij snel duidelijk worden: hier zat de bezitter en leider van het grootste modernste logistiek centrum van Europa.

‘Sinterklaas ik herkende u niet in deze outfit’.
Sint bulderde van het lachen. ‘Zeg maar Nico. We hebben hier een informele bedrijfscultuur. Wat dacht je, Hans Schoevers, dat een man op leeftijd, zonder met de tijd mee te gaan, een logistieke prestatie van dit formaat kan leveren? Met een schimmel en een paar zwarte Pieten?’

Sint leidde mij rond, doorlopend ‘whatsappend’ op een Iphone. Eerst door de enorme fabriekshallen, de binnenkomst van goederen, de opslag en het orderpicken en maken van pakjes. Alles was volledig gerobotiseerd; ieder cadeau voor iedere Nederlander. Nico glimlachte doorlopend en genoot van mijn stomme verbazing. Het paleis was onderkomen voor de maximaal gecomputeriseerde ondersteunende diensten, zoals inkoop, boekhouding, geheime dienst met hackers voor alle Nederlandse computers en de afdeling Human Resource.

Doodmoe van alle indrukken, gebruikte ik het avondeten aan tafel met Nico. ‘Wat heeft, naast de fysieke uitvoering van mijn werk, nog indruk op je gemaakt?’ Op die vraag had ik direct het antwoord klaar: ‘Kundig en keurig personeel, gemotiveerd, allemaal een gelukkige uitstraling en……mensen uit alle windstreken van de wereld; donker, blank, getint, geel, rood, perfect en in vrede samenwerkend.'
Nico verzuchtte: Ik ben geen racist, ik heb geen slaven en ik beloon ze als waren het mijn kinderen.

Ik kreeg een brandende vraag:’Sint waarom komt u niet gewoon naar voren als de moderne Heiligman, die ik hier voor mij zie.
‘Jongen, het Sinterklaasfeest in Nederland is gebaseerd op tradities; honderden jaren oud. Dit bedrijf is erop gericht al die mooie tradities in ere te houden. Die tradities, daar moet je van afblijven.  

Er verschenen tranen in de ogen van de Sint. Kort daarna vinnig: ‘Zijn ze in Nederland helemaal besodemieterd. Mij als slavenbaas afschilderen! Van mij verlangen dat ik mijn zwarte medewerkers in het vervolg wit, rood, groen en poepkleur verf. Protesteren en vechten, terwijl ik traditioneel langs rijd voor het plezier van heel Nederland. Het heeft mij emotioneel gebroken.'
Ik antwoordde geschrokken:‘Nico, ik begrijp je. Het is maar is maar een minderheid in ons land’.

‘Hans, ik heb je hier uitgenodigd om je te vragen in een blog het Nederlandse volk te informeren dat ik, als moderne Sinterklaas, er mee stop. Ik zorg er in het vervolg alleen nog voor om de pakjes, just-in-time te leveren op de juiste plaats: bij nep-Sinterklazen.
Laat al die kleding hurende nep-Sinterklazen met hun nep-Pieten in kleuren van de regenboog, de pakjes vanaf nu maar verdelen. Doe ze de groeten en zeg maar dat ik weer kom als de tradities weer in ere zijn hersteld en mijn donkere medewerkers weer zijn zoals ik ze introduceer: vrolijke donkere mensen, vriendjes van alle soorten en kleuren kinderen, te benijden om hun rol  en nog populairder dan Sint. Ik houd van ze. Ik ken geen racisme.

Ik vloog terug naar Nederland, geïmponeerd door wat ik gezien heb, maar met een vervelende boodschap.
De echte Sinterklaas komt niet meer.

Het enige dat dit kan voorkomen, is: Al de mooie tradities in ere houden'. Met respect voor elkaar en vooral blijven geloven in de echte Sinterklaas; die goede heer. 




woensdag 21 september 2016

dinsdag 20 september 2016

De troonrede en de pot


 De troonrede op deze derde september 2016 zal ik nooit vergeten. Het was voor mij de meest gedenkwaardige ooit. Ik nam er kennis van in het zorg- en revalidatiecentrum waar ik ben opgenomen na een ongeval, waarbij ik aan beide benen ernstig letsel opliep. Langdurig bedarrest en een verbod om enige kracht op de benen uit te oefenen, maakt mij tot een hulpeloze figuur die veel moet laten doen door verzorgers. Daarbij is inbegrepen de gebeurtenis waarbij je als man tussen of op de lakens moet zitten om op een roestvrijstalen po …….. ach, laat ik het kies houden. Je kunt dit zelf invullen. Tenminste vier tot zeven weken kan ik de pot op. Ik heb al een week geleden met een wit laken gezwaaid en mij overgegeven.

Vandaag, precies op het moment dat de gouden koets voorreed bij de Ridderzaal, was ik aan de beurt. Even op de linkerzij, het koude staal aan de bips, terugdraaien en daar zat ik dan op twee meter van de beeldbuis. ‘U kunt bellen als u klaar bent’.  Geen vertoning, mensen: Honderdtwintig kilo vlees zit op een ziekenhuispot naar de koning te luisteren. Als ik dit geweten had, dan ik tenminste nog een mooie hoed opgezet.
Maxima stapte uit de glazen koets, glimlachte vriendelijk en zwaaide naar mij. Uit mijn benarde situatie, boven op bed en pan, zwaaide ik terug en zat ik even later recht tegenover de troon der tronen.

‘Nederland heeft de laatste jaren vaste grond onder de voeten gekregen’, begon de koning plechtig. Wat volgde was een optimistisch verhaal over de economie, de werkgelegenheid, de staatsschuld wordt kleiner, meer geld voor ouderenzorg, koopkrachtverbeteringen, hogere zorgtoeslag, enzovoorts. Rozengeur en maneschijn. Er is een pot met geld. Ik keek omlaag. ‘Hier niet’.

Juist op het moment dat mijn hoofd rood werd van pressie, memoreerde de koning:
‘Enkele jaren geleden stonden deze verworvenheden onder druk’. Ik twijfelde; ‘hij zal mij toch niet zien?’

Ook Asscher en Rutten leken mij in de gaten te krijgen en wezen naar mijn beeldscherm. Ik drukte snel op de bel  en mijn verzorgster kwam binnen. ‘Hahaha, Prinsheerlijk op de po!’. Ik glimlachte zuinig.
Op commando draaide ik weer braaf op mijn linkerzij, de pot werd onder mij weggetrokken en de inhoud met professionele waardering bekeken.
Toen klonk ineens luid, kort  en duidelijk vanuit de Ridderzaal:‘Hoera, hoera, hoera’.

Met een gevoel van gewaardeerd te worden, trok ik mijn laken weer op tot de kin.




(waar gebeurd)

woensdag 25 mei 2016

Gert Bals overleden. Een terugblik op de tijd dat keepers nog keepers waren.





Ik lees zojuist in de krant dat Gert Bals, oud-doelman van o.a. PSV en Ajax, op 79 jarige leeftijd is overleden. Daar wil ik even bij stil staan.
Gert Bals was namelijk in de jaren daarvoor mijn voetbalidool. Als keeper van ’ t Gooi, destijds een eerstedivisie-club, haalde hij met zijn fabelachtig doelverdedigen wedstrijd na wedstrijd punten voor de club binnen.

Het was nog de tijd dat je als keeper niet presteerde door de bal al dan niet voor de voeten van een tegenspeler te stompen, maar vooral door op de meest fraaie wijzen ballen klemvast uit de bovenhoek van het doel te plukken. Gert Bals was daar een meester in en ik heb de afgelopen jaren nog dikwijls aan hem gedacht. Ovaties kreeg hij in de stadions. Het was een onvergetelijk onderdeel van de show van het voetbal van toen.

De keepers van nu zijn voor mij letterlijk afgestompte figuren. Een geschoten bal  met een prachtige zweefduik klemvast beetpakken is er bijna niet meer bij. ‘De hele wereld’ stompt; dus het zal wel effectiever gevonden worden. Dat impliceert dat er ook niet meer op klemvast ballen uit de bovenhoek pakken wordt getraind. Als voetbalfans wordt ons een showelement ontnomen. Gert Bals, Eddy Pieters Graafland, Jan van Beveren, Frans de Munck; dat waren de kunstenaars op het veld en geen stompzinnigen.
De jongeren onder ons zullen dit niet missen.  Ik denk met weemoed terug aan deze  échte keeper, Gert Bals. 

woensdag 18 mei 2016

Een nieuw syndroom!!


Al meer dan driekwart jaar maak ik gebruik van de mooie sportzaal van een fysiotherapievestiging om de klachten van een versleten knie te beperken. Aan mijn lijf nog geen knieprothese, maar eerst door een keiharde aanpak gewicht verliezen en spieren trainen. Tweemaal in de week word ik onder begeleiding een uur afgebeuld. Met resultaat; het vet neemt af, de spieren toe, de conditie verbetert en de pijn is sterk verminderd. Ik voel mij daar als een jonge god onder de senioren.
Maar helaas er lopen ook andere zwoegers rond. Sportieve Friezen die ook gebruik mogen maken van de zaal. Een fjierlepper, tenger maar ijzersterk. Schaatsers die zich uit de naad zwoegen voor het moment dat de tocht der tochten komt. De jonge god onder de senioren wordt hier direct op zijn plaats gezet.
De tocht der tochten komt maar niet. De teleurgestelden springen daarom op de fiets en rijden de 235 kilometer Elfstedentocht in één ruk; als troost. Dat was afgelopen Pinksterweekend.
Vandaag verschenen zij op het therapie-uur en bezetten daar de fietstrainers om de spieren wat te laten afkicken. Geen plaats meer in de fietsherberg; mij restte het door ieder gemeden lage ligexemplaar. Er werd daarboven mij aardig wat afgebabbeld. Fietserslatijn en vele Friese dorpsgenoten gingen over de tong. ‘ Heb je Bekkema gezien? Die kwam na Dokkum niet meer vooruit’. ‘Ja en Sijke Pietersma moest van vermoeidheid overgeven’. Ik keek omhoog en voelde mij daar beneden heel erg klein. Ons fietsgezelschap had de tocht snel en probleemloos uitgereden; een prestatie. Zij keken naar beneden en voelde mij nog kleiner.
Ik kon de vraag verwachten: ‘Fiets jij ook?’. ‘Ja, ik fiets ook, maar niet zo ver als jullie. Helaas moet ik na 25 kilometer afhaken. Dat komt doordat ik lijd aan het Dumoulin-syndroom’. Mijn kwelgeesten keken elkaar aan met een vragend gezicht van ‘heb jij daarvan gehoord?’.
Ik ging rechtop zitten en blufte ‘het is een benigne pijn aan de musculus glutaesis medius.  Een syndroom wordt meestal genoemd naar de arts die het ontdekte of een patiënt die ermee in de aandacht komt’.
Mijn gehoor wilde al verder fietsen, maar ik stond op en sprak deftig: ‘het is dus pijn aan je kont waarvan je moet afstappen!’. Het werd stil. Pas toen ik in de kleedkamer was, weerklonk vanuit de zaal gelach. Het kwartje was eindelijk gevallen.
Dumoulin stapte vandaag af in Giro d' Italia.

dinsdag 3 mei 2016

Lang zal 'ie leven



Voor mij ligt een verjaarskaart van Ulla Popken, een van de bekendste internetleveranciers  van lijf omhullende lappen en lederwaren. Er staat een gebakje op de voorkant en een, met heel haar hart gewenst, ‘Happy birthday’. De kaart is twee dagen te laat ontvangen en gericht aan ‘Mevrouw Schoevers’. Hieruit kan je afleiden dat op de voorhand wordt uitgegaan van een gratis geslachtstransformatie; een gulle gave waar ik al jaren naar uitkijk. De kers op de verjaarstaart van Ulla staat op de achterkant van de kaart: ‘uw verjaarscadeau, 10% korting op de volgende aanschaf’. Daar krijg ik maar liefst veertien dagen de tijd voor.

‘U bent jarig’ zei onze postbezorger met een knikje naar de stapel kaarten in zijn linkerhand. ‘Gefeliciteerd’.

Ja mensen, ik was zondag jl. jarig en ben dit jaar meer verwend dan ooit. Het is ook een kroonjaar met een respectabele leeftijd. Vanaf eergisteren vind ik mij dan ook een ‘oude lul’.
De brillenboer Pearl is altijd de eerste, maar dat cadeautje maak ik al niet meer open. Al jaren een feestballon (zelf opblazen) en een gratis oogmeting. Mijn ogen zullen namelijk per jaar minder worden.
De verzekeraar stuurt mij een pakket dat ik op mijn beeldscherm moet open maken. Als ik dat volverwachting doe, treft ik een wens aan: ‘veel geluk en veiligheid’. Een sigaar uit eigen doos!
De autodealer wil met mij praten bij het genot van koffie en een verjaarsgebakje. ‘Een automaat gratis. Dat is gemakkelijk en veilig meneer’.
Bol.com zit erbij, de leverancier van scheepsbenodigdheden, een restaurant, een bloemist, schoenzaken, apparaat verkopers, maar vooral kledingboeren, kledingboeren en nog eens kledingboeren; uit Joure, uit Sneek, uit Gorredijk, uit Duitsland, undsoweiter.

Voor mij ligt nog die kaart van Ulla Popken. Net als al haar collega’s, wenst zij mij: Lang zal hij leven, Lang zal hij leven, Lang zal hij leven!
Maar vooral: Hans Schoevers kan de ‘klere’ krijgen.
Met 10 % korting.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...