dinsdag 20 september 2016

De troonrede en de pot


 De troonrede op deze derde september 2016 zal ik nooit vergeten. Het was voor mij de meest gedenkwaardige ooit. Ik nam er kennis van in het zorg- en revalidatiecentrum waar ik ben opgenomen na een ongeval, waarbij ik aan beide benen ernstig letsel opliep. Langdurig bedarrest en een verbod om enige kracht op de benen uit te oefenen, maakt mij tot een hulpeloze figuur die veel moet laten doen door verzorgers. Daarbij is inbegrepen de gebeurtenis waarbij je als man tussen of op de lakens moet zitten om op een roestvrijstalen po …….. ach, laat ik het kies houden. Je kunt dit zelf invullen. Tenminste vier tot zeven weken kan ik de pot op. Ik heb al een week geleden met een wit laken gezwaaid en mij overgegeven.

Vandaag, precies op het moment dat de gouden koets voorreed bij de Ridderzaal, was ik aan de beurt. Even op de linkerzij, het koude staal aan de bips, terugdraaien en daar zat ik dan op twee meter van de beeldbuis. ‘U kunt bellen als u klaar bent’.  Geen vertoning, mensen: Honderdtwintig kilo vlees zit op een ziekenhuispot naar de koning te luisteren. Als ik dit geweten had, dan ik tenminste nog een mooie hoed opgezet.
Maxima stapte uit de glazen koets, glimlachte vriendelijk en zwaaide naar mij. Uit mijn benarde situatie, boven op bed en pan, zwaaide ik terug en zat ik even later recht tegenover de troon der tronen.

‘Nederland heeft de laatste jaren vaste grond onder de voeten gekregen’, begon de koning plechtig. Wat volgde was een optimistisch verhaal over de economie, de werkgelegenheid, de staatsschuld wordt kleiner, meer geld voor ouderenzorg, koopkrachtverbeteringen, hogere zorgtoeslag, enzovoorts. Rozengeur en maneschijn. Er is een pot met geld. Ik keek omlaag. ‘Hier niet’.

Juist op het moment dat mijn hoofd rood werd van pressie, memoreerde de koning:
‘Enkele jaren geleden stonden deze verworvenheden onder druk’. Ik twijfelde; ‘hij zal mij toch niet zien?’

Ook Asscher en Rutten leken mij in de gaten te krijgen en wezen naar mijn beeldscherm. Ik drukte snel op de bel  en mijn verzorgster kwam binnen. ‘Hahaha, Prinsheerlijk op de po!’. Ik glimlachte zuinig.
Op commando draaide ik weer braaf op mijn linkerzij, de pot werd onder mij weggetrokken en de inhoud met professionele waardering bekeken.
Toen klonk ineens luid, kort  en duidelijk vanuit de Ridderzaal:‘Hoera, hoera, hoera’.

Met een gevoel van gewaardeerd te worden, trok ik mijn laken weer op tot de kin.




(waar gebeurd)

woensdag 25 mei 2016

Gert Bals overleden. Een terugblik op de tijd dat keepers nog keepers waren.





Ik lees zojuist in de krant dat Gert Bals, oud-doelman van o.a. PSV en Ajax, op 79 jarige leeftijd is overleden. Daar wil ik even bij stil staan.
Gert Bals was namelijk in de jaren daarvoor mijn voetbalidool. Als keeper van ’ t Gooi, destijds een eerstedivisie-club, haalde hij met zijn fabelachtig doelverdedigen wedstrijd na wedstrijd punten voor de club binnen.

Het was nog de tijd dat je als keeper niet presteerde door de bal al dan niet voor de voeten van een tegenspeler te stompen, maar vooral door op de meest fraaie wijzen ballen klemvast uit de bovenhoek van het doel te plukken. Gert Bals was daar een meester in en ik heb de afgelopen jaren nog dikwijls aan hem gedacht. Ovaties kreeg hij in de stadions. Het was een onvergetelijk onderdeel van de show van het voetbal van toen.

De keepers van nu zijn voor mij letterlijk afgestompte figuren. Een geschoten bal  met een prachtige zweefduik klemvast beetpakken is er bijna niet meer bij. ‘De hele wereld’ stompt; dus het zal wel effectiever gevonden worden. Dat impliceert dat er ook niet meer op klemvast ballen uit de bovenhoek pakken wordt getraind. Als voetbalfans wordt ons een showelement ontnomen. Gert Bals, Eddy Pieters Graafland, Jan van Beveren, Frans de Munck; dat waren de kunstenaars op het veld en geen stompzinnigen.
De jongeren onder ons zullen dit niet missen.  Ik denk met weemoed terug aan deze  échte keeper, Gert Bals. 

woensdag 18 mei 2016

Een nieuw syndroom!!


Al meer dan driekwart jaar maak ik gebruik van de mooie sportzaal van een fysiotherapievestiging om de klachten van een versleten knie te beperken. Aan mijn lijf nog geen knieprothese, maar eerst door een keiharde aanpak gewicht verliezen en spieren trainen. Tweemaal in de week word ik onder begeleiding een uur afgebeuld. Met resultaat; het vet neemt af, de spieren toe, de conditie verbetert en de pijn is sterk verminderd. Ik voel mij daar als een jonge god onder de senioren.
Maar helaas er lopen ook andere zwoegers rond. Sportieve Friezen die ook gebruik mogen maken van de zaal. Een fjierlepper, tenger maar ijzersterk. Schaatsers die zich uit de naad zwoegen voor het moment dat de tocht der tochten komt. De jonge god onder de senioren wordt hier direct op zijn plaats gezet.
De tocht der tochten komt maar niet. De teleurgestelden springen daarom op de fiets en rijden de 235 kilometer Elfstedentocht in één ruk; als troost. Dat was afgelopen Pinksterweekend.
Vandaag verschenen zij op het therapie-uur en bezetten daar de fietstrainers om de spieren wat te laten afkicken. Geen plaats meer in de fietsherberg; mij restte het door ieder gemeden lage ligexemplaar. Er werd daarboven mij aardig wat afgebabbeld. Fietserslatijn en vele Friese dorpsgenoten gingen over de tong. ‘ Heb je Bekkema gezien? Die kwam na Dokkum niet meer vooruit’. ‘Ja en Sijke Pietersma moest van vermoeidheid overgeven’. Ik keek omhoog en voelde mij daar beneden heel erg klein. Ons fietsgezelschap had de tocht snel en probleemloos uitgereden; een prestatie. Zij keken naar beneden en voelde mij nog kleiner.
Ik kon de vraag verwachten: ‘Fiets jij ook?’. ‘Ja, ik fiets ook, maar niet zo ver als jullie. Helaas moet ik na 25 kilometer afhaken. Dat komt doordat ik lijd aan het Dumoulin-syndroom’. Mijn kwelgeesten keken elkaar aan met een vragend gezicht van ‘heb jij daarvan gehoord?’.
Ik ging rechtop zitten en blufte ‘het is een benigne pijn aan de musculus glutaesis medius.  Een syndroom wordt meestal genoemd naar de arts die het ontdekte of een patiënt die ermee in de aandacht komt’.
Mijn gehoor wilde al verder fietsen, maar ik stond op en sprak deftig: ‘het is dus pijn aan je kont waarvan je moet afstappen!’. Het werd stil. Pas toen ik in de kleedkamer was, weerklonk vanuit de zaal gelach. Het kwartje was eindelijk gevallen.
Dumoulin stapte vandaag af in Giro d' Italia.

dinsdag 3 mei 2016

Lang zal 'ie leven



Voor mij ligt een verjaarskaart van Ulla Popken, een van de bekendste internetleveranciers  van lijf omhullende lappen en lederwaren. Er staat een gebakje op de voorkant en een, met heel haar hart gewenst, ‘Happy birthday’. De kaart is twee dagen te laat ontvangen en gericht aan ‘Mevrouw Schoevers’. Hieruit kan je afleiden dat op de voorhand wordt uitgegaan van een gratis geslachtstransformatie; een gulle gave waar ik al jaren naar uitkijk. De kers op de verjaarstaart van Ulla staat op de achterkant van de kaart: ‘uw verjaarscadeau, 10% korting op de volgende aanschaf’. Daar krijg ik maar liefst veertien dagen de tijd voor.

‘U bent jarig’ zei onze postbezorger met een knikje naar de stapel kaarten in zijn linkerhand. ‘Gefeliciteerd’.

Ja mensen, ik was zondag jl. jarig en ben dit jaar meer verwend dan ooit. Het is ook een kroonjaar met een respectabele leeftijd. Vanaf eergisteren vind ik mij dan ook een ‘oude lul’.
De brillenboer Pearl is altijd de eerste, maar dat cadeautje maak ik al niet meer open. Al jaren een feestballon (zelf opblazen) en een gratis oogmeting. Mijn ogen zullen namelijk per jaar minder worden.
De verzekeraar stuurt mij een pakket dat ik op mijn beeldscherm moet open maken. Als ik dat volverwachting doe, treft ik een wens aan: ‘veel geluk en veiligheid’. Een sigaar uit eigen doos!
De autodealer wil met mij praten bij het genot van koffie en een verjaarsgebakje. ‘Een automaat gratis. Dat is gemakkelijk en veilig meneer’.
Bol.com zit erbij, de leverancier van scheepsbenodigdheden, een restaurant, een bloemist, schoenzaken, apparaat verkopers, maar vooral kledingboeren, kledingboeren en nog eens kledingboeren; uit Joure, uit Sneek, uit Gorredijk, uit Duitsland, undsoweiter.

Voor mij ligt nog die kaart van Ulla Popken. Net als al haar collega’s, wenst zij mij: Lang zal hij leven, Lang zal hij leven, Lang zal hij leven!
Maar vooral: Hans Schoevers kan de ‘klere’ krijgen.
Met 10 % korting.

dinsdag 12 april 2016

Hans Schoevers (flashbackpacker): Het sprookje van klein Trumpje

Hans Schoevers (flashbackpacker): Het sprookje van klein Trumpje: In een land, heel ver overzee, woonde eens een rijke prins in een groot kasteel. Hij had heel veel fabrieken en zijn schatkamer was grot...

Het sprookje van klein Trumpje



In een land, heel ver overzee, woonde eens een rijke prins in een groot kasteel. Hij had heel veel fabrieken en zijn schatkamer was groter dan die van Dagobert Duck. Het was een heel strenge prins en hij zei alles wat hem voor de mond kwam. Maar soms zat hij stil in een hoekje, keek naar zijn handen en keek voorzichtig in zijn broek naar zijn geslacht. Dan rolden hem de tranen over de wangen en hij mompelde ‘ik ben zo groot en zij zijn zo klein’. 


 Op een dag besloot de Prins: ‘Ik ga de nieuwe koning worden’. De oude koning zou in november worden onttroond en de Prins zag zijn kans schoon. Hij richtte zich tot zijn volk en beloofde het gouden bergen. Maar een van de mannen uit het volk riep: ‘O, prins u zult geen koning zijn. Uw handen zijn daarvoor te klein’. En een van de vrouwen riep: ‘O Prins, wat moeten wij met een edel deeltje, dat slechts past aan Repelsteeltje!’ 


 In een ander kasteel woonde een Prinses die ook wel koningin wilde worden. Haar gemaal was al eens koning geweest en bekend om de dure grote sigaren die hij in zijn grote handen nam. Het volk dacht: ‘ Zij krijgt ook wel graag grote sigaren uit andermans doos.’ 

 Het werd een hele strijd en de Prins en de Prinses gingen vuil naar elkaar gooien. Vanuit alle hoeken van het Rijk rolden de vrachtwagens binnen met het vuilste vuil. De Prins gooide het meeste vuil, maar het volk begon daar een hekel aan te krijgen en dacht: ‘laat nu maar iets zien’ De Prins stond voor de spiegel en riep ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie maakt hem de grootste van het land’. En de spiegel spak: ‘Prinsje, prinsje, rare klant, die krijg je van een olifant’. Een plastische fee deed het snij- en naaiwerk en de Prins had de grootste van het land. 

 De prins en de prinses hadden een verkiezingsdebat en zij hielden niet op om elkaar met vuil te bekogelen. Het volk keek toe en toen riep de Prinses ineens: ‘Hé Prins, laat eerst jouw regeerstafje maar eens zien’. Dat was het moment waarop de Prins trots zijn adelijke broek zakken en meteen scandeerde het volk: ‘Wat een lul, wat een lul, wat een lul!’. De prins werd niet gekozen en leefde nog lang en ongelukkig.

maandag 7 maart 2016

Over 'BOA's'






Op weg naar Tirol, op de autobahn vanaf Zevenaar naar  Oberhausen, kreeg ik via het laatste beetje zenderbereik van NPO1 ‘als bagage’ nog een typisch Nederlands discussieonderwerp mee. Omdat de genationaliseerde politie steeds minder tijd heeft voor regionale taken, worden door gemeenten boa’s ingezet. De laatste keer dat ik iets van een boa hoorde, was in januari 2015, toen in Engeland een man met aandrang, tijdens het openen van de toiletdeur een boa constrictor in de toiletpot aantrof. Dat werd wereldnieuws. Ik was nu een en al oor.

Er zijn in Nederland 18 soorten boa’s. ‘Het is een bedreigde soort’, vertelde de reporter. Daar waar de boa verschijnt, wordt deze regelmatig met agressie tegemoet getreden. ‘Dan is dit een boa conflictor’, concludeerde ik. Ik werd pas wakker toen het woord ‘handhaven' viel. Dat is een prettige bijkomstigheid als je met 150 kilometer per uur de autobahn onveilig maakt. Het woord ‘handhaven’ is voor mij onverbrekelijk verbonden aan de status van ‘ambtenaar’, van nuttige ordebewaarder tot echte dienstklopper. De redactie lardeerde de uitzending met een fragment over een woedende Hagenaar die kennelijk was aangevallen door een boa conflictor, omdat zijn hond op straat poepte. 

Inmiddels werd mij langzaam duidelijk dat er sprake was van het eerzame beroep van ‘Bijzondere Opsporings Ambtenaar’. Daar had ik als ‘buitenstaander’ nog nooit van gehoord. Ik ben direct een warm voorstander geworden van instandhouding van deze soort. Van deze boa’s blijf je af, begrepen?!  Ik heb er dan ook geen enkel bezwaar tegen dat deze BOA, als hij wordt aangevallen, met pepperspray spuit, de knuppel uit de zak haalt, je tijdelijk uitschakelt en de handboeien omdoet. Maar nu hoorde ik van de wens, serieus naar voren gebracht, om die uitrusting ook uit te breiden met een pistool; een dienstwapen. Ik ging in gedachten de soorten boa’s langs, van conducteur (eindelijk schot in de treinloop), marktmeester, boswachter, parkeerwachter tot brugwachter aan toe. Eerzame beroepen en regelmatig in het nauw gebracht. ‘Handen omhoog of ik schiet’. En  brugwachter? Ja, de brugwachter! Wonend in het mooiste watersportgebied van Nederland, zie ik regelmatig verwerpelijk gedrag van bootbezitters jegens de ‘brêgewippers’ (Fries voor: brugwachters) in onze provincie. Daar zit behoorlijk wat agressie in.

Achter het stuur droomde ik even weg.  Ik voer met mijn boot per ongeluk door het rode licht bij een brug. De kop van een vervaarlijke boa conflictor verscheen over de rand van de brugwand en de loop  van een Walter P99Q wees dreigend naar beneden: ‘Ik schiet je lek, ik schiet je lek’.

Vlak na Oberhausen viel het signaal van NPO1 weg, net iets te vroeg om te vernemen hoe serieus ik het waanidee van BOA’s met pistool moest opvatten. Ik houd het dus maar bij het goede idee om de BOA’s  uit te rusten met hun pepperspray en gummiknuppel. Die heeft de doorsnee brêgewipper overigens niet nodig. Hij heeft zijn klompje dat hij ook minder vreedzaam, precies gericht en met hoge snelheid naar de plaats van bestemming kan sturen. Goed voor gejodel dat niet onderdoet voor de vocale bijdrage die Radio Tirol, in mijn zenderbereik, een paar maal per dag de ether in stuurt.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...