De troonrede op deze derde september 2016 zal ik
nooit vergeten. Het was voor mij de meest gedenkwaardige ooit. Ik nam er kennis van
in het zorg- en revalidatiecentrum waar ik ben opgenomen na een ongeval, waarbij
ik aan beide benen ernstig letsel opliep. Langdurig bedarrest en een verbod om
enige kracht op de benen uit te oefenen, maakt mij tot een hulpeloze figuur
die veel moet laten doen door verzorgers. Daarbij is inbegrepen de gebeurtenis waarbij je als
man tussen of op de lakens moet zitten om op een roestvrijstalen po …….. ach, laat
ik het kies houden. Je kunt dit zelf invullen. Tenminste vier tot zeven weken kan ik de pot op.
Ik heb al een week geleden met een wit laken gezwaaid en mij overgegeven.
Vandaag, precies op het moment dat de gouden
koets voorreed bij de Ridderzaal, was ik aan de beurt. Even op de linkerzij, het koude staal aan
de bips, terugdraaien en daar zat ik dan op twee meter van de beeldbuis. ‘U
kunt bellen als u klaar bent’. Geen
vertoning, mensen: Honderdtwintig kilo vlees zit op een ziekenhuispot naar de
koning te luisteren. Als ik dit geweten had, dan ik tenminste nog een mooie
hoed opgezet.
Maxima stapte uit de glazen koets, glimlachte vriendelijk
en zwaaide naar mij. Uit mijn benarde situatie, boven op bed en pan, zwaaide ik
terug en zat ik even later recht tegenover de troon der tronen.
‘Nederland heeft de laatste jaren vaste grond onder de voeten gekregen’, begon
de koning plechtig. Wat volgde was een optimistisch verhaal over de economie, de
werkgelegenheid, de staatsschuld wordt kleiner, meer geld voor ouderenzorg,
koopkrachtverbeteringen, hogere zorgtoeslag, enzovoorts. Rozengeur en
maneschijn. Er is een pot met geld. Ik keek omlaag. ‘Hier niet’.
Juist op het moment dat mijn hoofd rood werd van pressie,
memoreerde de koning:
‘Enkele jaren geleden stonden deze verworvenheden onder druk’. Ik twijfelde; ‘hij
zal mij toch niet zien?’
Ook Asscher en Rutten leken mij in de gaten te krijgen en wezen naar
mijn beeldscherm. Ik drukte snel op de bel en mijn verzorgster kwam binnen. ‘Hahaha, Prinsheerlijk
op de po!’. Ik glimlachte zuinig.
Op commando draaide ik weer braaf op mijn linkerzij, de
pot werd onder mij weggetrokken en de inhoud met professionele waardering bekeken.
Toen klonk ineens luid, kort en duidelijk vanuit de Ridderzaal:‘Hoera, hoera, hoera’.
Met een gevoel van gewaardeerd te worden, trok ik mijn laken weer op tot de kin.
(waar gebeurd)



