Bezoek van familie, of het nu broer is of zus, of het kinderen zijn of neven en nichten; onvermijdelijk komen gesprekken uit op verhalen van ‘toen’.
Dit voorjaar kwamen mijn broer en zus, met schoonzus en zwager, op bezoek. De conversatie verliep geanimeerd, van skûtsjesilen tot vakantie in Finland, en van het pas geboren kleinkind tot verhalen van onze moeder in haar laatste jaren van haar leven.
Ineens strandde het gesprek bij het onderwerp ‘moppen’. Neef Wim uit Australië stuurt mijn broer moppen door; meestal saai en erg gericht op een ‘zegeningen voor ouden van dagen’. Recent was daar echter een uiterst racistische mop bij en daarop volgde een bericht van mijn broer naar ‘down under’: dit wordt niet op prijs gesteld.
Toch was er één doorgestuurd mopje bij dat op enig gelach kon rekenen.
Ik heb hem destijds ook gelezen, maar helaas, ik was de inhoud al vergeten. Vandaag kwam de mop vanuit mijn geheugen weer helder in gedachten terug.
Er was eens een boer met een oud varken. Na jaren van biggenproductie, leek er sprake te zijn van enige frigiditeit van de zeug. O grutjes, wat nu?
Buurman wist raad: ik heb een beer, die springt overal met groot succes bovenop.
De boer keek naar het varken, haalde de kruiwagen en reed de ex-zeug naar de beer van buurman. Het wonder geschiedde.
‘Maar hoe weet ik nu dat dit een vruchtbare samenkomst is geweest?’, zei boer.
‘Als ze morgen in het gras rolt, dan is de samenkomst vruchtbaar verlopen. Rolt ze in de modder, dan is het niet gelukt’ was het antwoord.
De volgende morgen keek de boer uit het raam en helaas, de zeug rolde door de modder.
‘Buurman wat moet ik nu?’
‘Kom maar weer langs. Ik zal geen dekgeld vragen’, sprak de buurman. En zo geschiedde het.
De volgende morgen keek de boer uit het raam, en helaas de zeug rolde weer door de modder.
‘Buurman wat moet ik nu?’
‘Kom maar weer langs. Ik zal geen dekgeld vragen’, sprak de buur.
De daarop volgende morgen keek de boer weer uit het raam. Hij rende naar de telefoon en belde buurman.
‘Ligt zij weer in de modder?’ vroeg buurman direct.
‘Nee’
‘In het gras?’
‘Nee.’
‘Maar wat dan?’
‘Ze zit in de kruiwagen’
Omdat dit leuke mopje van neef Wim uit Australië kwam, werden weer verhalen verteld van vroeger; in dit geval uit de tijd voordat oom Koos en Tante Klaar (met zes kinderen, waaronder Wim) naar Australië emigreerden.
Mijn broer bracht de herinnering in, dat de zes kinderen van Koos en Klaar elke zondag op dezelfde tijd bij ons aankwamen om te ‘spelen’. En dat was niet altijd (zegmaar: nooit) een moment dat ons gezin zou hebben uitgekozen. ' Jessus, daar komen ze weer!'
Ooit heeft mijn vader mij in vertrouwen de reden van deze wekelijkse visite ingefluisterd. Ik zocht naar woorden om deze toedracht op kiese wijze aan mijn broer over te brengen.
‘Uh, Uh, tante Klaar……”
Mijn eega kwam mij snel te hulp. ‘Tante Klaar zat zondagmiddag altijd in de kruiwagen’.
En oom Koos klaagde bij pa dat hij zich elke zondag ' urenlang moest duwen' .

