zondag 29 september 2024

Stierlijk

 



Stierlijk

Ik heb al vanaf de jaren 1956/1957 sympathie voor stieren. In de vijfde en zesde klas van de Marnixschool in Hilversum zat ik op een bankje precies naast het raam. Ik kon lekker naar buiten kijken en alles zag dat tot vermaak kon dienen. Het waren koeien en stieren die regelmatig zorgden voor topvermaak.

Midden in een woonwijk bij de Badhuislaan lag het, door Dudok ontworpen, slachthuis. Op het plein daarvoor reden de veewagens af en aan om koeien en stieren af te leveren voor de gang naar het einde der dagen. Maar koeien en stieren zijn niet gek. Met een zekere regelmaat ontsnapte vee met geweld. Ze vluchtten de omringende wijken in; achternagezeten door personeel in bebloede witte jassen. Vang jij maar eens zo’n losgebroken woedend beest!

 Regelmatig kwamen ze ook in de wijk bij school. Ik genoot daarvan; stiekem kijkend vanaf mijn bankje. ‘Hans let eens op’, bulderde Meester de Keijzer met de stem van een leeuw. Ik had deernis met de stieren die hun lot niet konden ontlopen en barbaars weer gevangen werden. Dat ging niet zachtzinnig.

Deernis had ik later ook met stier Hannibal die over een te hoog hekje uit zijn weiland wilde ontsnappen. Daarna ging hij als Hanni door het leven. 

Aan al deze gebeurtenissen moest ik terugdenken toen ik vandaag las dat een vrouw in Wijdewormer door een dolle stier ernstig is verwond. Mijn gedachten gaan naar haar uit, maar ook naar de stier. Het was een dier dat als kalfje, met twee lotgenootjes, ‘voor de hobby’ werd gehouden. Maar kleine stiertjes worden groot en toen kwam de dag dat de transportwagen, voor een enkele reis slachthuis, gereed stond. Als ik in de schoenen van die stier zou staan, dan zou ik ook dol worden. Dat deed de stier dus volop. Niet aardig dat hij de vrouw op de horens nam, maar verder begrijp hem. Deze stier uit Wijdewormer is naar een ‘tijdelijk verblijf’ gebracht. 

 1-0 voor de stier en de VAR ging akkoord.

Je mag nu vragen waarom ik zo voor stieren opkom. Kijk naar de hemel, zie het sterrenbeeld en weet dat ik op 1 mei geboren ben. Verder heet ik Hans en geen Hannibal.

zondag 27 november 2022

Infantino was de naam

 



Er komt een burger bij het loket ‘burgerzaken’ in zijn geboortestad Brig (Zwitserland). Het gelaat is grotendeels bedekt, maar de ambtenaar ziet ‘het’ direct en roept enthousiast:

‘Goedemorgen meneer Infantino’

 

‘Ssssst’ antwoord de man. ‘Ik wil mijn naam veranderen’.

De ambtenaar kijkt verschrikt. ‘Maar dat mag helemaal niet! En u heeft toch een heel mooie naam: Gianni Infantino’.

 

De man’s gelaat staat op groot verdriet. De ambtenaar probeert hem gerust te stellen. 

‘Heel soms meneer, geeft de Burgemeester toestemming, maar nooit meer dan één of hooguit een paar letters. Dat kan bij voorbeeld als de naam op een schuttingwoord lijkt. Laatst was hier Jan Lul en die mocht Jan Gul heten.’

 

De man begint hard te huilen.

‘Maar waarom wilt u uw mooie naam veranderen?’

‘Ik ben de voorzitter van de Fifa en marionet van de Sjeik van Qatar.

Nu staat in de kranten dat mijn naam, Gianni Infantino, voor altijd verbonden zal zijn aan vormen van discriminatie, mishandeling, corruptie en dictatoriaal gedrag tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in Qatar.’

‘Ja dat is erg’ zei de ambtenaar.  ‘Dat is nog érger dan Jan Lul’

 

De burgemeester was toegeeflijk. ‘Hij is een kapitale Jan Lul en hij mag zijn naam veranderen’.

De man huilde weer; nu van blijdschap.

‘Hoe wilt u nu heten?’

Gianni Infantino wist het op dit emotionele moment niet zo snel. ‘Ik vertrouw het de burgemeester toe’, besloot hij goedmoedig. 

De volgende dag haalde hij zijn nieuwe pas.

 

‘Gianni Enfanterriblo’, Beroep: voorzitter van de FIFA’.

woensdag 2 november 2022

Dat is een goede vraag

 



Ik heb een bijzondere allergie en de hinder daarvan neemt steeds toe. Bijna dagelijks word ik gekweld door hevige jeuk. Het ontstaat als een politicus of andere bobo bij een kritische of moeilijke vraag met strak gelaat vaststelt: ‘dat is een goede vraag’. 


Het  is aangeleerd gedrag; een kwestie van mediatraining.  Iedereen die moeilijke vragen kan verwachten of contacten heeft met journalisten of reporters, wordt daarheen gestuurd.

Een gouden ‘handel ‘ is dat. Als je het in het leven wat verder schopt, dan krijg  je een persvoorlichter op enkele meters achter je aan. Hij of zij souffleert en bewaakt.


Gisteren had ik het zwaar. Jeuk van kop tot kont. Ik volgde de debatten in de Tweede Kamer over de pensioenplannen. VVD-woordvoerder Smals spande de kroon. Zijn wat hakkelig betoog werd gelardeerd met  telkens weer ‘dat is een goede vraag’. Dat geeft wat wachttijd. 


Elke avond weer, of het een interview is, een gast aan een talkshow of een slachtoffer van andere woordenjagers, er al altijd wel weer een uit de eikenboom gevallen persoon die de vraagsteller met zijn ‘dat is een goede vraag’ het eikenbos in wil sturen. Geleerd op cursus,  bah.

Ze gaan erheen: ministers, bestuurders, hoge ambtenaren, burgemeesters, wethouders en sporters. Een vorm van media-dressuur.

Je status gaat pas echt omhoog als je zo’n media-souteneur op bordeelsluipers achter je aan laat sluipen. 

Helaas; er zijn er geen zalfjes voor mijn allergie.


Is er dan niemand onder alle bobo’s, ministers en hoge ambtenaren, koningen en koninginnen en andere omhoog gevallen slachtoffers, die het zonder persvoorlichter kan?

Jazeker!!!


Lang leve onze bondscoach, Louis van Gaal. Hij is zichzelf en blijft zichzelf. Hij negeert voorlichters, al dan niet op bordeelsluipers meelopend en bewakend.

Als je hém een onwelvoeglijke vraag stelt, dan oordeelt Louis zelf.  ‘Dat is een DOMME vraag’.

Ik vind dat prachtig, mensen. Puur natuur en niet voorgekauwd.


Wat mij betreft kan je gedresseerde mensen met voorlichters zo het bos in sturen om te wandelen; niet op bordeelsluipers, maar op werkschoenen met harde neus. Falderiefaldera.  Een besparing van miljoenen en goed tegen mijn jeuk.


Maar waarom op werkschoenen met harde neus?


Dat is een goede vraag!

donderdag 20 oktober 2022

Truus en de krop sla







Zojuist bereikt mij het bericht dat Truus (volgens het Engelse woordenboek Truss) haar leidinggevende functie heeft opgegeven.

Ze stond voor de deur van haar kantoor, nadat zij de dag hiervoor nog had bezworen dat ze niet zou opgeven, maar doorvechten.


Heeft een krop sla zowaar haar maximale gebruiksduur nog overtroffen in vergelijk met de houdbaarheid van Truus.

In kan niet zeggen dat er in onze parlementskeuken niets gebeurt. Immers, onze droomkok maakt een ‘soepie’ van reptielen. Bijna niemand lust het, maar vooruit, er is vast wel een Rus die een slokje neemt.


Engelse Truus heeft nog steeds niet door dat je op sla een geraffineerde marinade moet gieten.

Daar ligt hij dan, de krop sla voor Downingstreet 10. Zelf Peter Fortune zal niet zeggen ‘mens ga koken’.

Het lagerhuis is als een groenteveiling: veel geschreeuw en weinig sla. Het is daar kom kommer en kwel.

Wie zal daar nu weer een slaatje uit slaan?


zaterdag 18 juni 2022

Mijn parachute

 

Mijn dag is goed begonnen.  In een weinig gebruikte lade vond ik, blij als een kind, mijn ‘parachute’ terug. Daar heb ik wanhopig naar gezocht.

 

‘What the hell’ doe ik met een parachute?

Als ik levensmoe ben, kan ik toch beter zonder springen!

Nee beste lezer, als je langzaam maar zeker een oude lul wordt, hopen sappen zich in jouw benen op. Die krijgen een ouderwets melkflessenmodel en je krijgt op je donder omdat je al lang steunkousen had moeten dragen.

Steunkousen!!!!! 

 

Maar niemand gaat toch met een elastiekje om zijn benen lopen? Dat zullen jullie gewillig beamen. Bedenk nu dan wel dat vochtverzamelaars als ik, duizend elastiekjes per been aangemeten krijgen! 

 

Steunkousen zijn bijna niet aan te trekken. Bij het leveren van die dingen, word je meteen de hulp van een potige thuiszorgzuster aangeboden. 

Vooralsnog redden wij het met een stukje gladde parachutestof. Daarmee krijgen we de kous aan. Mijn eega heeft daarvoor een trekhouding met een hoek van vijfenveertig graden. Ik help zittend en we trekken ons suf. Hoe kom je zo gek?

 

Het elastiek werkt indirect ook op je hersens. We blijven namelijk, tegen wil en dank, doe-het-zelvers. Wij zien helemaal nog niets in een zuster die zich op wisselende tijden van de ochtend, zingend aan de voordeur meldt om  mij  haar spierballen te laten zien . 

 

‘Dan maar liever de lucht in! ‘………..Zonder parachute.

woensdag 15 september 2021

Van ‘braune Knaufen’ naar ‘blauwe Augen’


 

Ik ben op het moment van schrijven met mijn eega in het Tiroolse Zillertal en geniet daar al dagenlang van zonnig Alpenweer. We maken veel excursies en bevolken regelmatig terrasjes. 

 

Het barst hier van de landgenoten en niet zelden krijg ik rode oren van hun communicatie. Het is overduidelijk dat na het op scholen loslaten van Duits als ‘verplicht vak’, nog maar bitter weinig mensen zich voor het leren van de taal van onze Oosterburen interesseren.

Er wordt dan op verschillende manieren, al dan niet met goede wil, geprobeerd om wensen in het Duits over te brengen:

 

1.      Je wijst op de menukaart en roept ‘dit!’

2.   Je gaat steeds harder praten met de gedachte ‘dan verstaan ze’

3.     Je probeert volzinnen in het Nederlands, Duits te laten klinken. Dit is de ‘haben sie auch braune Knaufen-tactiek. 

 

Men moet mij vasthouden om te voorkomen dat ik opspring met een ‘sodemieteren Sie maar auf’.

 

 Maar het kan ook anders. Vandaag bezochten we het prachtig Schlegeis-gebied, hoog in de Alpen rond een stuwmeer. 

Bij Gasthaus Zamsereck vanuit een soort picknicktafel genoten wij van het fantastische uitzicht, een groot glas bier en een heerlijke schnitzel.

 

Achter onze ruggen, stond parallel een andere lege tafel. Ineens hoorden wij daar een langdurig en overdadig gehijg. Wij keken uit piëteit niet om, maar hier zeeg een tweetal mannen volledig uitgeput neer. Naar bleek, landgenoten.

 

Ik kreeg even een aandrang om mij om te draaien en te grappen: het hijgend hert der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ’t genot’  (psalm 42 vers 1). Mijn ogen fonkelden. Een forse ruk aan mijn arm weerhield mij van een luide voordracht bij de andere tafel.

 

 Er ontstond, na een pauze van uithijgen, een heel luidruchtig gesprek tussen twee Nederlandse  ‘ballen’. Geen onbeholpen Duits, maar een luidruchtige ‘Niederländische Alpenpizza-sprache’; ofwel shit in de alpen.

 

Het waren twee deelnemers aan een Alpentrektocht met grote zware rugzakken, trekkend van berghut naar berghut. Er streken medetrekkers elders neer op het terras en het duo startte een aantal, voor iedereen hoorbare, beoordelingsgesprekken over reisgenoten. 

Van dik hout zaagt men planken. Collega’s, buren en bekenden. 

Wij werden er stil van; heel genant.

 

Toen kwamen de vrouwen aan de beurt. Bij zo’n bergtocht overnacht men in berghutten, in zaaltje met alleen matrassen en dekens. Matratzenlager wordt dat genoemd. Alle soorten mensen (m/v) door elkaar.

‘Vanavond zeker weer Matratzenlager in de Olperer Hütte’, zei de hoogste stem.

Ik ga altijd naast de mooiste vrouw liggen’, zei de bas.

‘Je meent het?  Je uh, …….pak je wel eens iets?’

‘Zo’n nacht doe ik geen oog dicht.’

 

Het gesprek kwam op de eigen vrouwen. Ik zal dat uit kiesheid voor mij houden, maar als ze dit thuis zouden vertellen, dan was dit geen Braune knaufen, maar blauwe Augen.

 

Inmiddels had ik afgerekend. Er was al drie keer preventief aan mijn mouw getrokken.

We stonden op, ik pakte mijn spulletjes en zag ineens mijn kans schoon: ik draaide, keek strak in de ogen van twee zelfvoldane mannen en sprak met enige zorgvuldigheid: ‘Dag heren, een prettige vakantie verder’

 

Drie stappen verder keek ik nog even om en zag twee ‘beschaafde’ koppen dicht bij elkaar, duidelijk in de fluisterstand.

 

Zouden ze iets geleerd hebben?

 

 


vrijdag 5 februari 2021

De koffiemolen

 



Weet je waar ik een verschrikkelijke, ontstellende, bloedstollende pesthekel aan heb? 

Dat is het openen van zo’n potdicht vacuümpak met gemalen koffie. Wat een ellende!


Op je tenen staan van voorzichtigheid, knippen in de kop van het stijve pak, even laten sissen en dan proberen de inhoud in een vierkante bus te gieten; zonder geknoei van die rot korreltjes op het aanrechtblad.

Ik snap die Nederlandse producenten niet want elders, bij voorbeeld in de Noordelijke landen, levert men koffie in pakken waarvan je in de kop de gesealde stroken losjes van elkaar trekt en die bruine massa moeiteloos de bus in uitgiet.

Douwe uit Joure doet aan consument pesten, al is het er maar één.

Meneer Egberts is bij mij Douwe Ergerberts; en je moet nog voorzichtig zijn dat je niet in het waardebonnetje knipt, want drieduizend van die dingen, kan je inwisselen voor een lullig cadeau. 


Ik heb eigenlijk al vanaf mijn kleutertijd een hekel gehad aan de voorbereidingsprocessen rond koffie.

Ik kreeg al jong een vierkante bak met een zwengel op schoot; ik moest draaien. ‘Hij kan al koffie malen’ zei moeder dan trots.

Nou, die hield ze erin. Als ik lekker zat te spelen riep ze enthousiast ’Hansje kom je koffie malen. Dan krijg jij (met de klemtoon op jij) een koekje. Ik kon ook wel  chocolademelk krijgen, maar dat vond ik niet te hachelen.

Enkele jaren daarna leerde ze mij de rest van het ouderwets koffie zetten.


In een soort kokertje met gaatjes  ondernin, staand op een potje, moest ik een rond papiertje leggen. Zes lepels koffie erin, goed aanstappen met een houten koffiestamper, beetje zout erop en koffiestroop van Buisman. ‘Hans kan zo lekker koffie zetten’; net alsof dat vrijwillig gebeurde.

Ik had wel affiniteit met die houten stamper. De kartonnen koffers waren mijn grote trom en ooit sloeg ik er een te barsten.


Later kwam er een elektrische  koffiemolen op de markt. En Melitta-filters die zo lekker snel doorliepen. 

Ik begon koffie te drinken; van die koffie met melk, waarop grote dikke vellen verschenen. Achteraf bezien: ook niet te hachelen.


Tegenwoordig ben ik gehecht aan zwarte koffie ‘met niets’. Bekers vol. Uit een koffiezetter met thermoskan.

Ik moet de koffie nog steeds zelf maken, want ik ben altijd ruim als eerste uit bed. 

Ik ben een echte koffiefan geworden en drink het altijd ’s morgens.

Jammer van die pakken van Ergerberts.


Talloze malen heb ik mij ook al afgezet tegen die stomme senseo-zakjes van Frits Philips en de  kuipjes van Nespresso.

Die zijn niet helemaal te hachelen. Die zet je een fatsoenlijke koffiedrinker niet voor.

 

Als mijn moeder nog zou leven, zou ze nog steeds vinden dat ik lekkere koffie zet.


Ik heb er alleen een vacuüm ochtendhumeur bij.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...