vrijdag 24 februari 2017

Een nephommeltje





Ik lees vanmorgen tot mijn verbazing in het ochtendblad dat er een uitgebreid onderzoek heeft plaatsgevonden naar de cognitieve vermogens van hommels. De conclusie is dat hommels veel slimmer zijn dan wij altijd hebben gedacht.

Het langdurig en kostbaar onderzoek vond plaats in de Queen Mary Universiteit van Londen. Het resultaat werd door Olli Loukala vastgelegd in een studie die verscheen in het blad Science. Ook in Leiden is bij het Naturalis Biodiversity Center hiervoor grote belangstelling.

Mijn blijdschap kent geen grens! Ik had dit altijd al graag willen weten. Het vereiste een investering van een paar miljoen, maar wie daar op let is een mierenneuker.
Over dat laatste gesproken: het woord ‘ mierenneuken’ spruit voort uit een onderzoek waarbij wetenschappers de seksuele gedragingen van mieren onder de loep namen. Hartelijk dank.

In Londen werden vele generaties hommels gedresseerd om meer te doen dan alleen voedsel en honing zoeken. Met een plastic nephommeltje werd een balletje verplaatst en na eindeloos ‘voordoen’, begonnen de intelligentste  hommels dit spelletje te kopiĆ«ren. Een soort klootschieten voor hommels, dus.

Het belangrijkste resultaat van dit onderzoek is, naar mijn mening, de invloed op ons taalgebruik.
Een ‘kloothommel’ is vanaf nu buitengewoon intelligent.


 


zaterdag 14 januari 2017

Jan Smit en mijn onderrug


Ik was toe aan een nieuwe bril. Die loertang staat inmiddels op mijn neus en degenen die mij aankijken, zeggen dat het een sieraad is.  Ik zie inmiddels breed, diep en scherp en dat is mooi meegenomen. Bovendien ben ik goed geholpen; met een concurrerend aanbod.

Als je aan een bril toe bent, dan kijk je eerst met ƩƩn oog naar de reclames van de diverse brilboeren. Humor troef. Een kippige agent die een oud vrouwtje als wegpiraat op de bon slingert, een veearts die met stethoscoop constateert dat de hartslag van een bontmuts is opgehouden, een visagiste met schreeuwende haarkleur die jouw esthetische belangen gaat behartigen; het kan niet op.

Ineens was daar ook Jan Smit, de notenbalker uit Volendam, die kennelijk wat meer zakgeld nodig had en zich voor drie jaar aan Pearl verkocht. ‘Pearl, Pearl, Pearl’ . De meest irritante Loden Leeuwreclame die eerder klanten wegjaagt, dan aantrekt.
Ik wilde ook niet behoren tot het toegezongen ‘testikelenpubliek’ en heb dus, na jarenlange trouwe klandizie, Pearl geĆ«rgerd de kont toegekeerd. Dat is eigenlijk heel toepasselijk als je het over een bril hebt.

Eerlijk gezegd, denk ik dat Jan voor zijn zakgeld beter op zijn plaats is bij een andere firma; een die juist graag heeft dat u hen de onderrug toekeert.

‘Sphynx, Sphynx, Sphynx!’

Niet op een steiger, maar in een heel klein kamertje.

zaterdag 29 oktober 2016

Hooooooo, hooooooo, hooooooo!



Ik had in mijn leven de ambitie om twee belangrijke functies in de maand december te mogen vervullen. De allerhoogste van de twee was ‘Sinterklaas’ en dat genoegen heb ik drie maal mogen smaken. Men heeft mij daarna nog vele malen gevraagd, maar het bekleden van het hoogste ambt in ons land moet je met enige bescheidenheid ook eens aan anderen overlaten. Daarbij hebben ook de opgelegde raciale overwegingen een rol gespeeld.

Blijft nu nog over de positie van Kerstman. Die heb ik nog niet bekleed, maar enige geestelijke voorbereiding heb ik al wel gedaan. Zo bezocht ik voor advies de echte Kerstman. Hij woont op de poolcirkel bij het Finse Rovaniemi, zit op een grote zetel en ontvangt zonder onderbreking kinderen (groot en klein) uit de hele wereld. Als je me niet gelooft, dan ga je er maar kijken. Die echte Kerstman stelde mijn assistentie op prijs en gaf mij wenken om de functie, namens hem, goed te vervullen.

Ik had het plan om al dit jaar in de Bijenkorf, gezeten op een prachtige troon, naar de kinderen te zwaaien en ze, net als de echte Kerstman, ‘hoooo, hoooo, hoooo’ toe te roepen. Al weken sta ik voor de spiegel te oefenen om het ‘hoooo, hoooo, hoooo’ op de meest overtuigende wijze ten gehore te brengen. ‘Hoooo, hoooo, hooo!’

Inmiddels ben ik een illusie armer. Het begon in AustraliĆ«, maar inmiddels is ook hier duidelijk dat het ‘hooo, hooo hooo’, niet langer zal worden getolereerd. Iemand heeft namelijk bedacht dat de kreet met enige stemverbuiging kan worden begrepen als een plat Engels woord voor ‘hoer’. Wat een verdorven geest! Zeg eens eerlijk: zou jij, als ik daar in de Bijenkorf op het Damrak in Amsterdam op een stoel zit en luid ‘hooooo, hoooo, hoooo’ roep, denken dat ik om een hoer verlegen zit?? Zou jij jouw kinderen direct wegtrekken bij die oude viespeuk? 

‘Ha, ha, ha’ moet ik nu zeggen. Echt, ik ben niet van plan iedereen om iedereen te gaan uitlachen omdat ze anders denken dat ik een hoerenloper ben! Ik heb mijn sollicitatie ingetrokken. Als Sint mag ik niet meer werken met mijn Zwarte Pieten en als Kerstman mag ik geen ‘hooo, hooo, hooo’ zeggen. Het is gedaan met onze tradities. Ik stop ermee.

Ha, ha , ha, wat een geouwe hooo, hooo hooo!

donderdag 27 oktober 2016

Hans Schoevers (flashbackpacker): Gunst

Hans Schoevers (flashbackpacker): Gunst: Over een baas die nooit vloekte

Gunst

Ik heb al vroeg geleerd dat ze wel degelijk bestaan: mensen die nooit vloeken. Er zijn mensen die wat dat betreft echte ‘absolutisten’ zijn en zelfs geen ‘gedver’ of ‘gadver’ (verbasteringen van godver) over de lippen kunnen krijgen. Kennelijk heeft er al in mijn prilste jeugd een vloekend persoon in mijn omgeving rondgelopen, want vanuit de hoge kinderstoel weerklonk tot grote ontsteltenis van mijn ouders ‘godverdomme’.

De Libelle bood in die dagen uitkomst met een tip: een aantal gewone woorden als krachtterm te gebruiken. Dit geschiedde. Zo riep pa bij grote woede ‘o tafelpoot’ of ‘chiliwoshikoem’. Ik volgde dat aandachtig, maar corrigeerde direct: ‘Niet chiliwoshikoem; GODVERDOMME!’. Het schokeffect was groot, maar er was toch ook nog wel een gevoel voor humor bij die situatie. Een Ć©chte vloeker ben ik nooit geworden. Een vergissing, zo af en toe, zij mij echter vergeven.

Mijn eerste baas in de gezondheidszorg heette Chris van der Vat en hem komt de eer toe de eerste man in mijn omgeving te zijn die nooit vloekte. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken. Als Chris een situatie tegenkwam waarin 75% van onze bevolking een vloek zou laten rollen, liet hij een diepe zucht en sprak beschaafd: ’GUNST!’

Ik heb lang met Chris samengewerkt en daar kijk ik met veel plezier op terug. Hij was een prima baas. Alle vormen van keurig samenleven werden gehandhaafd. Tutoyeren was ‘not done’in die tijd. Chris was econoom en verantwoordelijk voor de interne controle en functiescheiding. Hij regelde de gang van zaken en de administratie zó dat niemand, maar dan ook niemand, de boel kon belazeren.

Henk Teegel, belast met procedurele- en automatiseringszaken, kreeg daar een sik van. Hij zei ooit: ‘Als die man met zijn vrouw naar bed gaat, dan slikt zij de pil, hij laat haar een pessarium gebruiken, zij heeft een spiraaltje, hij doet een condoom om, hij gebruikt zaaddodende pasta, hij laat haar de morning-after tablet slikken en nog is hij bang dat ze zwanger wordt. En hij is nog gesteriliseerd ook. Later vertelde hij: ‘Hij heeft een boot, daar vaart hij mee in Friesland, die heet de Chriskras en die heeft zoveel fenders (stootkussens) dat je de zijkant niet eens meer kan zien.’
Henk Teegel was bepaald geen vloeker, integendeel, maar van overdreven interne controle en van Ć©cht vieze verhalen ging Henk door het lint; en dan ook hĆ©lemaal. Tegen de directeur van de Provinciale Accountantsdienst, een heel hoge ome, riep hij ooit ‘Man, wat lul jij uit je nek!’. Chris van der Vat zei ‘gunst’ en even stond Henks baan ter discussie.

Tijdens ƩƩn van de oersaaie werkbesprekingen schoot Chris van der Vat ƩƩnmalig en tot ongeloof van iedere aanwezige, ongenadig uit zijn slof.
‘Ik heb een mop:
Twee clochards zitten onder een brug over de Seine in Parijs. Ze hebben honger. Ineens drijft er een dode hond voorbij. EĆ©n van de twee vist de hond uit het water.’

De ogen van Henk Teegel werden groot van ontzetting en afschuw.

‘Met een mes snijdt hij een stuk vlees uit de dode hond en begint dit smakelijk op te eten. “Jij ook een stuk?”vraagt hij aan zijn maat. Die bedankte ervoor.’

Teegel werd witter en witter.

‘Na een half uur werd de eerste clochard ziek en moest uiteindelijk overgeven. Met grote brokken kwam het hondenvlees er uit. De tweede clochard pakte een groot brok op en stak dit met een hemels gezicht in zijn mond. Verbaasd keek zijn zieke maat hem aan. “En net wilde je niets!?” riep hij verbaasd. “Toen was het vlees nog koud!”, sprak de eter.’

Twee seconden was het helemaal stil in de vergaderkamer. Henk Teegel stond op, leunde op tafel, riep ‘GODVERDOMME’ en verdween door de toegangsdeur.
Het enige dat wij daarna nog hoorden was: ‘GUNST!!!’

dinsdag 25 oktober 2016

Hans Schoevers (flashbackpacker): Lachgas

Hans Schoevers (flashbackpacker): Lachgas: Als kind van een jaar of vijf werd ik bij het Diaconessenziekenhuis in Hilversum afgegeven om mijn amandelen te laten knippen. Die...

Lachgas





Als kind van een jaar of vijf werd ik bij het Diaconessenziekenhuis in Hilversum afgegeven om mijn amandelen te laten knippen. Die terminologie doet denken aan het fatsoeneren van een tuinhaag en in mijn beleving van toen, was dat iets dergelijks. Ik weet nog precies wat er gebeurde. 

Ik werd huilend meegesleurd naar een donkere kamer, waar een vent in een witte jas met een spiegel op zijn kop klaar stond voor mijn snoeibeurt. Ik was kennelijk te klein voor de behandelstoel en werd op de schoot gezet van een ‘oude heks met een kapje op’. Die moest mij stevig vasthouden als ik wakker zou worden. Het werd allemaal gezegd waar ik bij was. Ik kreeg een stuk gummi op de mond en kreeg slaap. De witte jas vroeg mij ‘slaap je al? en ik schudde wanhopig mijn hoofd. Paniek maakte zich van mij meester. ‘Houd hem goed vast zuster’. Uiteindelijk zal ik wel in slaap zijn gevallen. Ik werd wakker met hevige pijn in de strot. ‘De heks zei ‘hallo Hans, zie wel, het viel mee’. Het was mijn kennismaking met lachgas en ik zag er de humor niet van in.

In de krant las ik vandaag een artikel over het gebruik van het door mij verfoeide gas als partydrug. Het moet toch niet gekker worden. Vroeger kon je nog op eigen kracht lachen en van een goed feest genieten, nu eet je een pilletje of je laat je bedwelmen door lachgas. Als ‘oude knakker’ kan ik dat niet begrijpen. Wat een geestelijke armoede! Blokker en Bol.com kunnen de met lachgas gevulde slagroomspuitpatronen niet aanslepen. Het lachgas wordt naar een kinderballon overgeheveld en van daaruit ingeademd. ‘Een ballonnetje nemen’ heet dat. Als je van een feest wilt genieten, dan neem je minstens vijf ballonnetjes.

Ik lees over de gewenste effecten: je high voelen, opgewekt en vrolijk worden, je warm voelen, dingen zien die er niet zijn en lacherig worden. Na een festiviteit worden talloze lachtorpedo’s opgeveegd.

Maar wat men ook zegt, er zijn wel degelijk grote risico’s, zoals hersenschade door te weinig zuurstof, neurologische stoornissen, verstoorde aanmaak van zaadcellen en erger. Als ik dit allemaal zo lees, dan lach ik mij liever gewoon dood. Nederland let op uw zaad! De belangrijkste vraag is: ‘Hoe komen we van deze nieuwe rage af?’

Ik weet het: ‘In alle gevallen amandelen knippen’.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...