maandag 19 mei 2025



Pokke-herrie 


Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitten’. Ik heb dit al wel eens voor een gedeelte gedaan, maar had dan last van emotioneel vluchtgedrag.


Vorig jaar was ik op vakantie in Oostenrijk en lag tijdens het festival, met een kussen strak over mijn hoofd getrokken, in onze ’Schlafzimmer’.  Dat kussen dempte de ‘klankentoetreding’. 

Omdat men zei dat ik niet mocht oordelen als ik nooit ‘goed keek en luisterde’, zette ik dit jaar mijn beste beentje voor. Ik keek en luisterde tot half twee!!!


Nu moet ik je eerst vertellen van mijn zelfherkenning in dezen. Ik was in mijn jonge jaren een fan van de Beatles, Muziek uit de Musical ‘Hair’, fan van Gilbert O Sullivan en heel veel van dit genre genre. We hadden maar één pick-up in huis en als die werd benut, dan hadden mijn ouders eenzelfde gevoel als ik nu heb, bij het Songfestival. ‘Wat een rot muziek; kan het wat minder’ zeiden ze dan.

Ze genoten in die tijd wél van het  Songfestival; van‘kleine kokette Katinka’ tot ‘Dingedong. Ach, ik keek toen nog af en toe wel mee. 


Zaterdag zag ik het moderne Eurovisie Songfestival. Ellenlange voor-, na- en tussenelementen met scherpe, schelle schreeuwstemmen van de presentatrices, kledingshows uit de poppenkast, vuurwerk, bliksem, hysterische tonelen, orkanen van geluid en harde zangstemmen.  Ik denk dan: ‘Daar kijkt de massa alleen maar naar, om te zien of Nederland wint’.


Ik heb een liedje of vijf, waaronder het Nederlandse, kunnen waarderen en de Zweden brachten ons wat muzikale humor met het sauna-lied. Ik ben nu boven de leeftijd van mijn ouders destijds. Ik zette mij even voor de ingebeelde klassieke spiegel.  ‘Die muziek is voor de jongeren onder ons, Hansie’. Dat kan wel zijn, maar mijn spiegel was het ook roerend met mij eens:

Het was een pokke-herrie!!!!!

Volgend jaar ben ik in Songfestival-tijd weer in Oostenrijk;  met een kussen strak over mijn hoofd. 

Kapokke-herrie .

zondag 29 september 2024

Stierlijk

 



Stierlijk

Ik heb al vanaf de jaren 1956/1957 sympathie voor stieren. In de vijfde en zesde klas van de Marnixschool in Hilversum zat ik op een bankje precies naast het raam. Ik kon lekker naar buiten kijken en alles zag dat tot vermaak kon dienen. Het waren koeien en stieren die regelmatig zorgden voor topvermaak.

Midden in een woonwijk bij de Badhuislaan lag het, door Dudok ontworpen, slachthuis. Op het plein daarvoor reden de veewagens af en aan om koeien en stieren af te leveren voor de gang naar het einde der dagen. Maar koeien en stieren zijn niet gek. Met een zekere regelmaat ontsnapte vee met geweld. Ze vluchtten de omringende wijken in; achternagezeten door personeel in bebloede witte jassen. Vang jij maar eens zo’n losgebroken woedend beest!

 Regelmatig kwamen ze ook in de wijk bij school. Ik genoot daarvan; stiekem kijkend vanaf mijn bankje. ‘Hans let eens op’, bulderde Meester de Keijzer met de stem van een leeuw. Ik had deernis met de stieren die hun lot niet konden ontlopen en barbaars weer gevangen werden. Dat ging niet zachtzinnig.

Deernis had ik later ook met stier Hannibal die over een te hoog hekje uit zijn weiland wilde ontsnappen. Daarna ging hij als Hanni door het leven. 

Aan al deze gebeurtenissen moest ik terugdenken toen ik vandaag las dat een vrouw in Wijdewormer door een dolle stier ernstig is verwond. Mijn gedachten gaan naar haar uit, maar ook naar de stier. Het was een dier dat als kalfje, met twee lotgenootjes, ‘voor de hobby’ werd gehouden. Maar kleine stiertjes worden groot en toen kwam de dag dat de transportwagen, voor een enkele reis slachthuis, gereed stond. Als ik in de schoenen van die stier zou staan, dan zou ik ook dol worden. Dat deed de stier dus volop. Niet aardig dat hij de vrouw op de horens nam, maar verder begrijp hem. Deze stier uit Wijdewormer is naar een ‘tijdelijk verblijf’ gebracht. 

 1-0 voor de stier en de VAR ging akkoord.

Je mag nu vragen waarom ik zo voor stieren opkom. Kijk naar de hemel, zie het sterrenbeeld en weet dat ik op 1 mei geboren ben. Verder heet ik Hans en geen Hannibal.

zondag 27 november 2022

Infantino was de naam

 



Er komt een burger bij het loket ‘burgerzaken’ in zijn geboortestad Brig (Zwitserland). Het gelaat is grotendeels bedekt, maar de ambtenaar ziet ‘het’ direct en roept enthousiast:

‘Goedemorgen meneer Infantino’

 

‘Ssssst’ antwoord de man. ‘Ik wil mijn naam veranderen’.

De ambtenaar kijkt verschrikt. ‘Maar dat mag helemaal niet! En u heeft toch een heel mooie naam: Gianni Infantino’.

 

De man’s gelaat staat op groot verdriet. De ambtenaar probeert hem gerust te stellen. 

‘Heel soms meneer, geeft de Burgemeester toestemming, maar nooit meer dan één of hooguit een paar letters. Dat kan bij voorbeeld als de naam op een schuttingwoord lijkt. Laatst was hier Jan Lul en die mocht Jan Gul heten.’

 

De man begint hard te huilen.

‘Maar waarom wilt u uw mooie naam veranderen?’

‘Ik ben de voorzitter van de Fifa en marionet van de Sjeik van Qatar.

Nu staat in de kranten dat mijn naam, Gianni Infantino, voor altijd verbonden zal zijn aan vormen van discriminatie, mishandeling, corruptie en dictatoriaal gedrag tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in Qatar.’

‘Ja dat is erg’ zei de ambtenaar.  ‘Dat is nog érger dan Jan Lul’

 

De burgemeester was toegeeflijk. ‘Hij is een kapitale Jan Lul en hij mag zijn naam veranderen’.

De man huilde weer; nu van blijdschap.

‘Hoe wilt u nu heten?’

Gianni Infantino wist het op dit emotionele moment niet zo snel. ‘Ik vertrouw het de burgemeester toe’, besloot hij goedmoedig. 

De volgende dag haalde hij zijn nieuwe pas.

 

‘Gianni Enfanterriblo’, Beroep: voorzitter van de FIFA’.

woensdag 2 november 2022

Dat is een goede vraag

 



Ik heb een bijzondere allergie en de hinder daarvan neemt steeds toe. Bijna dagelijks word ik gekweld door hevige jeuk. Het ontstaat als een politicus of andere bobo bij een kritische of moeilijke vraag met strak gelaat vaststelt: ‘dat is een goede vraag’. 


Het  is aangeleerd gedrag; een kwestie van mediatraining.  Iedereen die moeilijke vragen kan verwachten of contacten heeft met journalisten of reporters, wordt daarheen gestuurd.

Een gouden ‘handel ‘ is dat. Als je het in het leven wat verder schopt, dan krijg  je een persvoorlichter op enkele meters achter je aan. Hij of zij souffleert en bewaakt.


Gisteren had ik het zwaar. Jeuk van kop tot kont. Ik volgde de debatten in de Tweede Kamer over de pensioenplannen. VVD-woordvoerder Smals spande de kroon. Zijn wat hakkelig betoog werd gelardeerd met  telkens weer ‘dat is een goede vraag’. Dat geeft wat wachttijd. 


Elke avond weer, of het een interview is, een gast aan een talkshow of een slachtoffer van andere woordenjagers, er al altijd wel weer een uit de eikenboom gevallen persoon die de vraagsteller met zijn ‘dat is een goede vraag’ het eikenbos in wil sturen. Geleerd op cursus,  bah.

Ze gaan erheen: ministers, bestuurders, hoge ambtenaren, burgemeesters, wethouders en sporters. Een vorm van media-dressuur.

Je status gaat pas echt omhoog als je zo’n media-souteneur op bordeelsluipers achter je aan laat sluipen. 

Helaas; er zijn er geen zalfjes voor mijn allergie.


Is er dan niemand onder alle bobo’s, ministers en hoge ambtenaren, koningen en koninginnen en andere omhoog gevallen slachtoffers, die het zonder persvoorlichter kan?

Jazeker!!!


Lang leve onze bondscoach, Louis van Gaal. Hij is zichzelf en blijft zichzelf. Hij negeert voorlichters, al dan niet op bordeelsluipers meelopend en bewakend.

Als je hém een onwelvoeglijke vraag stelt, dan oordeelt Louis zelf.  ‘Dat is een DOMME vraag’.

Ik vind dat prachtig, mensen. Puur natuur en niet voorgekauwd.


Wat mij betreft kan je gedresseerde mensen met voorlichters zo het bos in sturen om te wandelen; niet op bordeelsluipers, maar op werkschoenen met harde neus. Falderiefaldera.  Een besparing van miljoenen en goed tegen mijn jeuk.


Maar waarom op werkschoenen met harde neus?


Dat is een goede vraag!

donderdag 20 oktober 2022

Truus en de krop sla







Zojuist bereikt mij het bericht dat Truus (volgens het Engelse woordenboek Truss) haar leidinggevende functie heeft opgegeven.

Ze stond voor de deur van haar kantoor, nadat zij de dag hiervoor nog had bezworen dat ze niet zou opgeven, maar doorvechten.


Heeft een krop sla zowaar haar maximale gebruiksduur nog overtroffen in vergelijk met de houdbaarheid van Truus.

In kan niet zeggen dat er in onze parlementskeuken niets gebeurt. Immers, onze droomkok maakt een ‘soepie’ van reptielen. Bijna niemand lust het, maar vooruit, er is vast wel een Rus die een slokje neemt.


Engelse Truus heeft nog steeds niet door dat je op sla een geraffineerde marinade moet gieten.

Daar ligt hij dan, de krop sla voor Downingstreet 10. Zelf Peter Fortune zal niet zeggen ‘mens ga koken’.

Het lagerhuis is als een groenteveiling: veel geschreeuw en weinig sla. Het is daar kom kommer en kwel.

Wie zal daar nu weer een slaatje uit slaan?


zaterdag 18 juni 2022

Mijn parachute

 

Mijn dag is goed begonnen.  In een weinig gebruikte lade vond ik, blij als een kind, mijn ‘parachute’ terug. Daar heb ik wanhopig naar gezocht.

 

‘What the hell’ doe ik met een parachute?

Als ik levensmoe ben, kan ik toch beter zonder springen!

Nee beste lezer, als je langzaam maar zeker een oude lul wordt, hopen sappen zich in jouw benen op. Die krijgen een ouderwets melkflessenmodel en je krijgt op je donder omdat je al lang steunkousen had moeten dragen.

Steunkousen!!!!! 

 

Maar niemand gaat toch met een elastiekje om zijn benen lopen? Dat zullen jullie gewillig beamen. Bedenk nu dan wel dat vochtverzamelaars als ik, duizend elastiekjes per been aangemeten krijgen! 

 

Steunkousen zijn bijna niet aan te trekken. Bij het leveren van die dingen, word je meteen de hulp van een potige thuiszorgzuster aangeboden. 

Vooralsnog redden wij het met een stukje gladde parachutestof. Daarmee krijgen we de kous aan. Mijn eega heeft daarvoor een trekhouding met een hoek van vijfenveertig graden. Ik help zittend en we trekken ons suf. Hoe kom je zo gek?

 

Het elastiek werkt indirect ook op je hersens. We blijven namelijk, tegen wil en dank, doe-het-zelvers. Wij zien helemaal nog niets in een zuster die zich op wisselende tijden van de ochtend, zingend aan de voordeur meldt om  mij  haar spierballen te laten zien . 

 

‘Dan maar liever de lucht in! ‘………..Zonder parachute.

woensdag 15 september 2021

Van ‘braune Knaufen’ naar ‘blauwe Augen’


 

Ik ben op het moment van schrijven met mijn eega in het Tiroolse Zillertal en geniet daar al dagenlang van zonnig Alpenweer. We maken veel excursies en bevolken regelmatig terrasjes. 

 

Het barst hier van de landgenoten en niet zelden krijg ik rode oren van hun communicatie. Het is overduidelijk dat na het op scholen loslaten van Duits als ‘verplicht vak’, nog maar bitter weinig mensen zich voor het leren van de taal van onze Oosterburen interesseren.

Er wordt dan op verschillende manieren, al dan niet met goede wil, geprobeerd om wensen in het Duits over te brengen:

 

1.      Je wijst op de menukaart en roept ‘dit!’

2.   Je gaat steeds harder praten met de gedachte ‘dan verstaan ze’

3.     Je probeert volzinnen in het Nederlands, Duits te laten klinken. Dit is de ‘haben sie auch braune Knaufen-tactiek. 

 

Men moet mij vasthouden om te voorkomen dat ik opspring met een ‘sodemieteren Sie maar auf’.

 

 Maar het kan ook anders. Vandaag bezochten we het prachtig Schlegeis-gebied, hoog in de Alpen rond een stuwmeer. 

Bij Gasthaus Zamsereck vanuit een soort picknicktafel genoten wij van het fantastische uitzicht, een groot glas bier en een heerlijke schnitzel.

 

Achter onze ruggen, stond parallel een andere lege tafel. Ineens hoorden wij daar een langdurig en overdadig gehijg. Wij keken uit piëteit niet om, maar hier zeeg een tweetal mannen volledig uitgeput neer. Naar bleek, landgenoten.

 

Ik kreeg even een aandrang om mij om te draaien en te grappen: het hijgend hert der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ’t genot’  (psalm 42 vers 1). Mijn ogen fonkelden. Een forse ruk aan mijn arm weerhield mij van een luide voordracht bij de andere tafel.

 

 Er ontstond, na een pauze van uithijgen, een heel luidruchtig gesprek tussen twee Nederlandse  ‘ballen’. Geen onbeholpen Duits, maar een luidruchtige ‘Niederländische Alpenpizza-sprache’; ofwel shit in de alpen.

 

Het waren twee deelnemers aan een Alpentrektocht met grote zware rugzakken, trekkend van berghut naar berghut. Er streken medetrekkers elders neer op het terras en het duo startte een aantal, voor iedereen hoorbare, beoordelingsgesprekken over reisgenoten. 

Van dik hout zaagt men planken. Collega’s, buren en bekenden. 

Wij werden er stil van; heel genant.

 

Toen kwamen de vrouwen aan de beurt. Bij zo’n bergtocht overnacht men in berghutten, in zaaltje met alleen matrassen en dekens. Matratzenlager wordt dat genoemd. Alle soorten mensen (m/v) door elkaar.

‘Vanavond zeker weer Matratzenlager in de Olperer Hütte’, zei de hoogste stem.

Ik ga altijd naast de mooiste vrouw liggen’, zei de bas.

‘Je meent het?  Je uh, …….pak je wel eens iets?’

‘Zo’n nacht doe ik geen oog dicht.’

 

Het gesprek kwam op de eigen vrouwen. Ik zal dat uit kiesheid voor mij houden, maar als ze dit thuis zouden vertellen, dan was dit geen Braune knaufen, maar blauwe Augen.

 

Inmiddels had ik afgerekend. Er was al drie keer preventief aan mijn mouw getrokken.

We stonden op, ik pakte mijn spulletjes en zag ineens mijn kans schoon: ik draaide, keek strak in de ogen van twee zelfvoldane mannen en sprak met enige zorgvuldigheid: ‘Dag heren, een prettige vakantie verder’

 

Drie stappen verder keek ik nog even om en zag twee ‘beschaafde’ koppen dicht bij elkaar, duidelijk in de fluisterstand.

 

Zouden ze iets geleerd hebben?

 

 


vrijdag 5 februari 2021

De koffiemolen

 



Weet je waar ik een verschrikkelijke, ontstellende, bloedstollende pesthekel aan heb? 

Dat is het openen van zo’n potdicht vacuümpak met gemalen koffie. Wat een ellende!


Op je tenen staan van voorzichtigheid, knippen in de kop van het stijve pak, even laten sissen en dan proberen de inhoud in een vierkante bus te gieten; zonder geknoei van die rot korreltjes op het aanrechtblad.

Ik snap die Nederlandse producenten niet want elders, bij voorbeeld in de Noordelijke landen, levert men koffie in pakken waarvan je in de kop de gesealde stroken losjes van elkaar trekt en die bruine massa moeiteloos de bus in uitgiet.

Douwe uit Joure doet aan consument pesten, al is het er maar één.

Meneer Egberts is bij mij Douwe Ergerberts; en je moet nog voorzichtig zijn dat je niet in het waardebonnetje knipt, want drieduizend van die dingen, kan je inwisselen voor een lullig cadeau. 


Ik heb eigenlijk al vanaf mijn kleutertijd een hekel gehad aan de voorbereidingsprocessen rond koffie.

Ik kreeg al jong een vierkante bak met een zwengel op schoot; ik moest draaien. ‘Hij kan al koffie malen’ zei moeder dan trots.

Nou, die hield ze erin. Als ik lekker zat te spelen riep ze enthousiast ’Hansje kom je koffie malen. Dan krijg jij (met de klemtoon op jij) een koekje. Ik kon ook wel  chocolademelk krijgen, maar dat vond ik niet te hachelen.

Enkele jaren daarna leerde ze mij de rest van het ouderwets koffie zetten.


In een soort kokertje met gaatjes  ondernin, staand op een potje, moest ik een rond papiertje leggen. Zes lepels koffie erin, goed aanstappen met een houten koffiestamper, beetje zout erop en koffiestroop van Buisman. ‘Hans kan zo lekker koffie zetten’; net alsof dat vrijwillig gebeurde.

Ik had wel affiniteit met die houten stamper. De kartonnen koffers waren mijn grote trom en ooit sloeg ik er een te barsten.


Later kwam er een elektrische  koffiemolen op de markt. En Melitta-filters die zo lekker snel doorliepen. 

Ik begon koffie te drinken; van die koffie met melk, waarop grote dikke vellen verschenen. Achteraf bezien: ook niet te hachelen.


Tegenwoordig ben ik gehecht aan zwarte koffie ‘met niets’. Bekers vol. Uit een koffiezetter met thermoskan.

Ik moet de koffie nog steeds zelf maken, want ik ben altijd ruim als eerste uit bed. 

Ik ben een echte koffiefan geworden en drink het altijd ’s morgens.

Jammer van die pakken van Ergerberts.


Talloze malen heb ik mij ook al afgezet tegen die stomme senseo-zakjes van Frits Philips en de  kuipjes van Nespresso.

Die zijn niet helemaal te hachelen. Die zet je een fatsoenlijke koffiedrinker niet voor.

 

Als mijn moeder nog zou leven, zou ze nog steeds vinden dat ik lekkere koffie zet.


Ik heb er alleen een vacuüm ochtendhumeur bij.

zaterdag 30 januari 2021

Zuster o zuster, wanneer krijg ik mijn prik


Een van mijn vroegere leidinggevenden, Hugo, was een controlefreak. Op basis van onze goede onderlinge verhouding, kon ik daarmee leven, maar mijn collega’s werden er ziek van. Alles moest zijn ingedekt en elk risico was uit den boze. Alles kwam met grote moeite tot stand. In tijd van nu,  zou aan Hugo met zekerheid de status van ‘mierenneuker’ zijn toebedeeld. In de tijd van toen waren de praatjes over Hugo niet op ‘mierenneuken’ gericht. Zijn liefdesleven kwam op andere wijze aan de orde.


‘Als Hugo met zijn vrouw naar bed gaat, dan doet hij een condoom om. Daar wordt een halve tube zaaddodende pasta op uitgesmeerd. Zijn vrouw is aan de pil en d‘r zit ook een spiraaltje in de buik. Het geeft wel wat gefrommel, maar ook een pessarium komt aan bod. De morning-afterpil ligt op het nachtkastje en last but not least: Hugo gaat voor het zingen de kerk uit. 

En nog is Hugo bang dat zijn vrouw zwanger wordt’.


Aan deze Hugo moet ik denken als ik, snakkend naar mijn voorbehoedende Coronaprik,  zie dat er gruwelijk wordt gestunteld door een gelijknamige minister Hugo, die geen weg weet in de wereld van procedures, voorschriften, meepraat-koninkrijkjes, onvolkomen leveringscontracten en logistieke planningen.  Ook al deze roept Hugo weer :’vanaf vandaag gaat vanaf vlugger’, is er zelfs geen hond die hem nog geloofd. Hugo heeft daar de capaciteiten niet voor. Hij is een mooie bliksemafleider voor onze ‘we-doen-het-samen-premier’ op het moment dat we de slechtst scorende prikpartij van Europa zijn.

En nu  blijkt ook de GGD nog zo lek als een condoom!


Is er dan niemand meer geloofwaardig in 2021? Jazeker, Sinterklaas; de man die niet liegt en de best presterende logistieke organisatie van Nederland heeft. Roep die man erbij; Haagse sukkels!


Als antwoord op de titel van dit verhaal zeg ik dus, wat verdrietig: het wordt 5 december.

Maar ik ben blijf woedend in het besef dat tot dit moment, duizenden in ons land onnodig voor het zingen de pijp uit gaan.


maandag 25 januari 2021

Een grote golfbal


Ik moet jullie bekennen dat het brok dat ik in de keel kreeg tijdens de inauguratie van president Biden, vooral kwam omdat ik besefte daarmee verlost te zijn van de afschuwelijke vier jaar met ‘King Ronald de verschrikkelijke’.

Later zagen wij op TV hoe hij, na een laatste potje opscheppen, eenzaam verdween in de Airforce 1 naar Florida. Aldaar aangekomen, wendde hij zich onderaan de vliegtuigtrap, zwaaiend naar de kleine groep fotografen. Melania liep door en liet hem ijskoud staan. Dat is wennen voor Donald Trump. Maar hij kan toch nog gaan golfen!?

Ik heb langdradige boeken gelezen over Trump, met opgestoken nekharen en afschuw. Maar er is nu een boek met de titel ‘Commander in Cheat’ van Rik Reilly over de golfprestaties van Trump; van ver voor zijn presidentschap tot het eind van die periode. Daar lees je met het nodige plezier over zijn ongeëvenaarde wangedrag tijdens zijn liefhebberij; over golfleugens; de achttien niet ‘gewonnen toernooien’, de 'goede resultaten'  van zijn (bijna failliete) golfresorts en zijn miserabel golfspelen. 

Bij deze sport, waar sportiviteit en wellevendheid hoog in het vaandel staan, noteert Trump zijn slagen op geheel eigen wijze en negeert met een stalen gezicht in het water geslagen ballen door op de kant, zonder meetellen, een nieuwe bal uit zijn broekzak te halen. Trump schopt ongegeneerd slecht geslagen ballen naar een betere positie op het gras. Zijn caddies noemen hem om die reden onderling ‘Pele’. Hij is niet te genieten; ook niet in deze vredige vrije-tijdssport.
Maar wie wilden dan nog spelen met die golfdwaas; toen en nu? 
Tot dusver gold het spreekwoord ‘omwille van de smeer likt de kat de golfbal weer’. Ieder zweeg uit eigen belang.

Trump is nu ineens alleen tijdens zijn achttien holes. 

Mensen met capsones en wangedrag noem ik ‘balletjes’ en binnen dit kader is Donald Trump een 'bal'; een hele grote golfbal.
En wat moet je doen met golfballen; ook de hele grote?
Die moet je putten. Het liefst met een asshole-in-one.

zondag 24 januari 2021

Een driewieler





De spookverhalen horend over het verlengen van het rijbewijs na je vijfenzeventigste jaar, was ik er vroeg bij. Ik kon al na twee dagen naar een keuringsarts en was blij verrast dat ik drie dagen later al een Rijgeschiktheidsbesluit van het CBR kreeg. Helemaal verrast was ik door het nieuwe feit dat ik ook geschikt werd geacht voor het rijden op ‘bepaalde driewielers’.


Het is eigenllijk nog niet eens zo gek, want al vanaf mijn derde jaar was ik uiterst bekwaam in het rijden op zo’n ding en niet zelden namen aantrekkelijke dames plaats op de duo-seat.

Met die mooie herinnering in gedachte, kwam natuurlijk dolenthousiast het idee op om ‘op herhaling’ te gaan.


Ik ging op marktverkenning en een hele wereld ging voor mij open: revival of my fifties!

Ik zag zwaar gemotoriseerde driewielfietsen. Apart, maar niet hip genoeg. Datzelfde geldt voor de opgevoerde nepautootjes; die rode koekblikken die op het fietspas mogen rijden. Ik zie me al zitten.

Een een zware scooter op drie wielen is al een stapje vooruit. Ik werd enthousiast voor een tuktuk, maar die kan mijn gewicht niet dragen. Men probeerde mij zelfs een driewielcamper aan te smeren.

Ik begon warm te lopen voor een Messerschmidt met cockpit of een Reliant, waarvan mijn kinderen altijd riepen ‘één wiel tekort.!’.  Maar ook dat was het nog niet helemaal.


Even had ik het idee dat het CBR mij met een ‘fopspeen’ blij had gemaakt. Met al die trutvoertuigen kan je je toch niet vertonen als vlotte senior! 


Met vreugde kan ik jullie meedelen dat ik Inmiddels ik toch geslaagd: en  hoe! 



Leren pak gekocht met spikes en een adelaar op de rug; en bijbehorende laarzen. En een vervaarlijke soort legerhelm is de kroon op het werk. Ik ben namelijk gevallen voor een trike, een motormonster met twee zetels waarmee ik als een gek over de ‘Hellingbrug’ en door mijn woonplaats ga scheuren. Met gezelschap achterop en  blij en trots.! Met een brullende uitlaat.

Ik jaag jullie de doodschrik in je lijf.


Met dank aan en goedkeuring van het CBR.


woensdag 16 december 2020

Klotenklapper



Ik was op reis naar Finland en werd verrast met ongevraagde kledingadviezen. Op de autobahn ter hoogte van Bremen werd mij, via de Duitse radio, geadviseerd om mijn dikke winterjas tijdens het rijden uit te te trekken. Het zou mij bij een ongeval noodlottig kunnen worden.

 

Wat is het geval? Door de ruimte tussen mijn dikke winterjas en de gewone kleding, kan de autogordel zich bij een ongeval gaan verplaatsen en mij snijden van de buik tot in de zaken die ik nog graag even bij mij zou willen houden.

Ik heb direct mijn dikke Gaastra overjas op een parkeerplaats uitgetrokken.

 

Finland is een land waar veel goede langlaufers en skispringers vandaan komen. Op TV, met de bemande skischans op de achtergrond, stond de nationale trainer van de skispringers mij op het hart te drukken dat, als ik zou gaan skispringen, ik strak ondergoed zou moeten dragen.

Het werd met beelden geïllustreerd.

Skispringers hebben  heel ruim zittende skipakken. Die zijn zo ruim om in de vlucht, door breedte, wat extra zweefvlak te creëren . Om de jury te belazeren wordt ook met sponsjes etc. gewerkt.

 

Ga er dit jaar op nieuwjaarsdag er maar eens extra goed voor zitten. De mannen zweven erop los. Maar als je je blik even richt op het ontmoetingspunt van beide brede broekspijpen, dan zie je ineens dat de zware stof in de ruimte ertussen, woest in de wind klappert. Skispringers die geen strakke onderbroek willen dragen, worden met dat geflapper genitaal gegeseld. De ons belerende trainer vertelde dat sommige sterren bijna huilend van de piste komen. Hij noemde het klotenklappers.

 

Ik weet het niet meer. Als ik mij strak kleed in de auto, is het niet goed en als ik op de schans geen strakke strakke onderbroek aan trek, dan staat zo’n klein Fins mannetje me voor ’klotenklapper’ uit te kafferen.

 

Weet je wat ik ga doen? 

Ik ga gewoon de Elfstedentocht rijden met een pak kranten in mijn strakke Undermeister!

 

vrijdag 8 mei 2020

Mevrouw Veerman



Ik heb vannacht gedroomd van Mevrouw Veerman. Zij liet mij daarin, en niet voor het eerst, zien hoe een mens zorgvuldig zijn handen moet wassen.
Who the hell is Mevrouw Veerman?

Mevrouw Marlies Veerman was een buitengewoon aardige, lieve, beleefde, charmante, elegante Zwitserse dame die als Ziekenhuishygiëniste en lid van de Medische staf in het Medisch Centrum Alkmaar, de strijd aanbond tegen alles wat als bacterie, virus of ander ‘eng ding’ de patiënten onheil (of erger) kon bezorgen. Mevrouw Veerman was in Nederland een autoriteit op haar vakgebied. 

Mevrouw Veerman probeerde ook alle niet-medici te overtuigen, en het eerste belang daarbij was: handen wassen, handen wassen en nog eens handen wassen.
Zo’n aardige mevrouw kon je dat niet weigeren. Wij beloofden het, maar de uitvoering liet te wensen over. Er werd wat lacherig over gedaan. 

In 1995 nam ik als niet-medische spreker deel aan een congres voor medisch specialisten in Lenzerheide; ’s morgens lezingen en ’s middags skiën. Dat laatste was, omringd door dokters, heel veilig. Er waren vogels van velerlei pluimage: geleerden, bescheiden mensen, eigenwijzen, lawaaierigen, muzikalen, moppentappers, vieze-liedjeszangers en beschaafden.
Van die laatste categorie was Mevrouw Veerman, als boegbeeld in haar voormalig vaderland, aanwezig.

In de loop van de  week werd een skitocht georganiseerd door het schitterend bergebied. Er waren controleposten waar opdrachten werden gegeven en je punten kon verdienen.
Ik stond er redelijk goed voor en gleed als kandidaat-winnaar naar de laatste post, waar drie belangrijke punten moesten worden verdiend.
De post werd verrassend bemand door Mevrouw Veerman. Streng stelde zij drie strikvragen over handen wassen. Het lachen is daar menigeen vergaan. Hans Schoevers: zero points.
De zege gleed mij als zeep door de handen.

En nu, als lid van de categorie kwetsbare ouderen, sta ik meerdere keren per dag de handen te wassen om aan het lot van het Coronavirus te ontkomen. Eigenbelang en ik doe het strikt volgens de methode die Mevrouw Veerman mij ooit leerde. 
Menig hygiënist zou zeggen: lekker puh!.
Mevrouw Veerman verscheen echter in mijn droombeeld, vriendelijk glimlachend: ‘goed zo meneer Schoevers’, met een Zwitsers accent.
Ik wilde haar een kushandje toewerpen, maar ze was al weg. Zeker handen wassen; voor de viermiljoen zevenhonderdachtduizend negenhonderdenelfde keer. 

Ik werd wakker, kwam uit bed en liep volgzaam naar het stuk zeep op de wastafel.

Pokke-herrie  Ik heb zaterdagavond tot half twee voor het TV-beeld gezeten om het Eurovisie Song-festival tot het bittere eind ‘uit te zitte...